Arts boycot darmkankeronderzoek

Heeft het bevolkingsonderzoek naar darmkanker zin? De kans om voor je 80e aan die ziekte te overlijden is veel kleiner dan aan iets anders.

Ruim vier miljoen mensen tussen 55 en 75 jaar krijgen in de loop van de komende jaren een uitnodiging zich eens in de twee jaar te laten screenen op darmkanker. Dit programma zal naar verwachting 1400 sterfgevallen van darmkanker per jaar voorkomen. De kosten per gewonnen levensjaar steken gunstig af tegen die van andere al geaccepteerde screeningsprogramma’s.

De Gezondheidsraad concludeert dat de voordelen van het bevolkingsonderzoek opwegen tegen de nadelen en heeft de overheid daarom een positief antwoord gegeven op de vraag, of het zinvol is dit onderzoek op grote schaal uit te voeren.

afweging

Wegen daarmee ook voor de individuele deelnemer de voordelen op tegen de nadelen? De balans voor het individu kan verschillen van die voor overheid en beleidsmakers. Dit heeft te maken met wat de Britse epidemioloog Geoffrey Rose de preventieparadox noemt: toepassing van een preventieve maatregel op een grote bevolkingsgroep kan veel voordelen opleveren voor die groep, maar slechts weinig voor de individuele deelnemer.

Daarom is het belangrijk een individuele afweging te maken. Hierbij speelt inzicht in de kans op persoonlijk profijt een centrale rol.

Iemand heeft persoonlijk profijt van de screening als die sterfte aan darmkanker voorkomt die zonder deelname zou zijn opgetreden. Hoe groot is de kans op dit profijt?

1:785

Het rapport van de Gezondheidsraad vermeldt dat om één sterfgeval door darmkanker te voorkomen, 785 mensen gescreend moeten worden en 71 mensen een coloscopie (kijkonderzoek van de dikke darm) moeten ondergaan. Per screeningsronde is de kans op persoonlijk profijt dus 1:785. Per 785 deelnemers heeft een persoon voordeel, de andere 784 hebben dat niet. Om een persoon voordeel te laten hebben, moeten 71 personen een coloscopie ondergaan. Dit onderzoek is belastend en niet zonder risico. In het kader van het bevolkingsonderzoek zal bij gemiddeld 242 coloscopieën per jaar een bloeding of perforatie optreden waarvoor ­ziekenhuisopname noodzakelijk is; in drie gevallen per jaar is die complicatie dodelijk.

Elke deelnemer heeft per screeningsronde dus een kans van 1:785 op persoonlijk profijt. De profijtkans is gering omdat de kans op sterfte aan darmkanker ook zonder screening gering is en screening deze kans niet wegneemt, maar verkleint. De geringe kans op persoonlijk profijt gaat echter gepaard met een niet te verwaarlozen kans op schadelijke effecten.

eerder behandelen

Een bijkomend voordeel van screening is nog niet vermeld. In sommige gevallen zal de kankertherapie minder belastend zijn, doordat behandeling eerder kan worden begonnen.

Het is echter de vraag of dit voordeel opweegt tegen het nadeel van over-diagnose en overbehandeling. Door het grote aantal coloscopieën zullen veel poliepen worden vastgesteld en behandeld die ook zonder behandeling niet kwaadaardig zouden zijn geworden. Bovendien wijst de Gezondheidsraad erop dat screening bij sommige deelnemers zal leiden tot diagnose en behandeling van een vroeg stadium van darmkanker die zonder screening nooit manifest geworden zou zijn, doordat de persoon eerder aan iets anders overlijdt.

andere aandoening

Dit werpt een interessant licht op een ander probleem. Men kan wel sterfte aan darmkanker proberen te voorkomen, maar de kans om voor het 80e jaar aan een andere aandoening te overlijden, is vele malen groter dan de kans om aan darmkanker te overlijden. Voor de doelgroep is de kans om aan andere aandoeningen te overlijden vijftig procent en om aan darmkanker te overlijden minder dan twee procent.

Deze ‘sterftekansconcurrentie’ is de reden dat geen enkel onderzoek heeft kunnen aantonen dat screening op darmkanker de totale sterfte vermindert. Het is daarom de vraag of het bevolkingsonderzoek de gemiddelde levensverwachting significant zal verbeteren.

ik doe niet mee

Op grond van het bovenstaande heb ik besloten niet aan het bevolkingsonderzoek mee te doen. Ik denk niet dat een besluit om wel mee te doen verkeerd is, maar daarvan afzien hoeft niet minder verstandig te zijn.

Deze conclusie geldt niet voor personen die afkomstig zijn uit families met erfelijke darmkanker. Zij lopen een groter risico op darmkanker en hebben daarom meer profijt van periodieke screening.

  • 31-01-2014 - 9.02
  • 31-01-2014 - 9.03
<< Terug