Balanceren met verlangen

De tijd vliegt. En tegelijk lijkt ie stil te staan. Het voelt als vorige week dat mijn kinderen geboren zijn. Nu zijn ze allebei het huis uit. Het voelt als gisteren dat ik borstkanker kreeg, en nu durf ik weer voorzichtig te denken over herstel. Het voelt als vanochtend dat ik de vorige column schreef, maar het is alweer een maand geleden.

De controle was goed, ik ben weer ‘goedgekeurd’ voor een jaar. Volgens protocol moet ik nog anderhalf jaar medicijnen slikken. Dat maak ik dan maar af, heb ik besloten, hoewel ik verlang naar de tijd dat het voorbij zal zijn.

Wat is ‘voorbij’ eigenlijk? Waar verlang ik dan naar? Naar een tijd dat ik geen patiënt meer ben? Volgens Rogier, mijn man, ben ik dat nu al niet meer (die wil ook graag dat het voorbij is).  Ik voel me nog wel patiënt, ook al is de hele intensieve periode van operatie en chemo al zes tot tien jaar geleden. Ik voel me patiënt omdat ik nog dagelijks restklachten ervaar. Niet heel erg, ik klaag er niet over, want ik kan er goed mee leven (en ik ben blij dat ik leef!), maar ze zijn er wel en ze vragen aandacht. Die klachten koppel ik aan ziekzijn, aan patiënt zijn. Vriendinnen van mij noemen het de overgang, of ouderdom, ik geef de schuld aan de chemo. Het is maar hoe je het bekijkt.  Patiënt zijn is toch wel een beetje een deel van mijn identiteit geworden. Ik weet eigenlijk niet of dat ooit over zal gaan. Kanker krijgen, behandeld worden, mijn weg zoeken in ziekte en gezondheid, regulier en alternatief, me overgeleverd voelen en de regie terug pakken, bang te zijn om dood te gaan, en intens genieten van het leven, me angstig en eenzaam voelen, en dan zoveel liefde en warmte te mogen ontvangen – ik lag bibberend op  de OK, in afwachting van de narcose, en kreeg opeens onder mijn dekentje een warmeluchtblazer, en werd weer zorgzaam toegedekt, dat gebeurde eigenlijk de hele tijd – als dat patiënt zijn is, dan is het net het leven.

‘Doe ik dat uit kracht, of uit angst? Dat is de balans die ik telkens zoek’

Dus waar verlang ik dan naar, als ik wens dat mijn patiënt zijn over is?Ik denk dat ik verlang naar een tijd dat ik me niet meer afhankelijk voel, dat ik écht weer zelf aan het roer sta, als het gaat om mijn leven en mijn gezondheid. Door de keuze te maken, toch de behandeling voorgeschreven door het ziekenhuis af te maken, maak ik ook de keuze om een deel van de zorg voor mezelf uit handen te geven.  Ik heb geleerd in het leven dat ik heus niet alles zelf hoef te doen, dat ik best een beetje hulp en steun kan vragen en aanvaarden.

Doe ik dat uit kracht, of uit angst? Dat is de balans die ik telkens zoek én vind, maar die ook telkens weer verdwijnt. Ik lees de verhalen van mensen die afgezien hebben van iedere ziekenhuisingrijpen altijd met bewondering en lichte jaloezie. Ik wou dat ik zo moedig was, denk ik dan. Dan voel ik de angst. Als ik dan weer tot me door laat dringen, dat ik, met het aanvaarden van de medicijnen, ook hulp en steun aanvaard, dan voel ik kracht. Ik wil samen zijn in het leven. Geven en nemen, helpen en delen. Dat is mijn keuze. En ach, wat is nou anderhalf jaar? De tijd vliegt.

Beeld: “Limited Patient Parking” by jasoneppink is licensed under CC BY 2.0

0
<< Terug