Foodheld 2020 Wilma Oosthoek: ‘Artsen schieten te snel in handelreflex’

‘Voeding en leefstijl moeten terug de spreekkamer in.’ Met die woorden richtte geneeskundestudent Wilma Oosthoek in 2016 de stichting Student en Leefstijl op. Ze liet het niet bij woorden. Voeding en leefstijl maken sinds dit jaar onderdeel uit van het Raamplan Artsenopleiding 2020. Food100 riep haar uit tot Foodheld van 2020. ‘Voeding behoort in de opleiding een rode draad te zijn, net zoals medicatie dat is.’

De food100 is een lijst van aanstormend talent en gevestigde leiders die zich dagelijks hard maken voor een beter en duurzamer voedselsysteem. In augustus maakte de jury een selectie van 100 voedselveranderaars bekend: 50 jonger dan 30 jaar én 50 voedselveranderaars ouder dan 30 jaar. ‘Bewonderenswaardig dat mensen onder de 30 jaar bezig zijn om het voedselsysteem te verbeteren’, aldus jurylid en gastronomie-expert Peter Klosse. Wilma is één van de drie winnaars jonger dan 30 jaar. ‘Wilma brengt haar achtergrond als boerendochter en wetenschappelijke vaardigheden samen om een beter voedselsysteem te creëren voor mens, dier en planeet’, aldus de jury.

In 2018 interviewde Uitzicht Wilma Oosthoek over haar plannen en idealen. ‘Over een paar jaar is het normaal dat artsen met hun patiënten het gesprek voeren over voeding, beweging, stress, slaap, ademhaling’, zei ze toen. Reden voor een update via een telefonisch interview.

Wilma, van harte gefeliciteerd met je benoeming tot Foodheld.

‘Dankjewel’, zegt Wilma telefonisch. ‘Ik werd er eigenlijk een beetje door overvallen, omdat iemand anders mij genomineerd had! Het is een eer, maar bovenal overheerst trots dat de stichting die ik initieerde inmiddels bestaat uit een professioneel team dat op de acht geneeskundefaculteiten actief is om leefstijl een stem te geven. Meer dan 1.500 studenten geneeskunde namen dankzij de inspanningen van onze stichting deel aan de extracurriculaire cursus Students Experiences in Lifestyle and Food (SELF). De komende tijd zal onze aandacht verschuiven naar implementatie van de cursusonderdelen in de artsenopleiding. Er is nu ruimte voor een dialoog, omdat voeding en leefstijl een stevig fundament hebben gekregen in het Raamplan Artsenopleiding 2020.’

Wat houdt het raamplan in?

‘Het raamplan omvat de competenties waarover een pas afgestudeerd arts moet beschikken. Het herziene raamplan heeft ertoe geleid dat het zweverige imago van voeding en leefstijl voorgoed tot de verleden tijd behoort. De vrijblijvendheid is verdwenen. De weg ligt open om preventieve en curatieve leefstijlinterventies in de curricula te implementeren. Daar hebben we met de stichting Student en Leefstijl vanaf dag één naar gestreefd en het is geweldig dat het gelukt is.’

‘Faculteiten zijn vrij om het onderwijs op een eigen manier vorm te geven. Ik hoop dat voeding en leefstijl binnen de opleidingen niet gepresenteerd wordt als één los vak, maar een meer geïntegreerde plek krijgt in het gehele curriculum. Het zou een rode draad moeten zijn, net zoals medicatie dat is.’

‘Waarom? Bovenal omdat leefstijlinterventies bij vrijwel alle chronische aandoeningen een rol kunnen spelen in het verbeteren van de kwaliteit van leven bij ziekte. Aandacht voor de preventieve rol van voeding en leefstijl is eveneens heel belangrijk, maar dat vraagt hoofdzakelijk om oplossingen buiten de spreekkamer in het sociaal-maatschappelijk domein. Ook daar is overigens winst geboekt in het raamplan. In het vorige raamplan (uit 2009) stond het woord preventie 21 x genoemd, in het nieuwe raamplan (van 2020) staat het 69 keer genoemd. Gezien het raamplan maar zelden gewijzigd wordt, is dit een waardevolle verbetering.’

Hoe ver ben je zelf met de opleiding?

‘Ik zit in de laatste fase van de coschappen. Wat ik hierna ga doen, weet ik nog niet. Als ik mij verder specialiseer dan kies ik waarschijnlijk voor de kindergeneeskunde dan wel kinder- en jeugdpsychiatrie. Echter, misschien past het wel meer bij me om invloed uit te oefenen op het beleid.

‘Als je als arts werkt, heb je te maken met protocollen. Je zit gevangen in de regels rondom het medisch professioneel handelen. Daar zijn goede redenen voor, maar ik vind dat de beroepsgroep daar een beetje in is doorgeslagen. Regels en richtlijnen zijn er niet om je vanzelfsprekend aan te houden, maar om te weten wanneer je ervan af kunt wijken als je denkt dat dat betere zorg oplevert.’

‘Ik overweeg om na het behalen van mijn master een traineeship te doen bij de Rijksoverheid. Daarnaast ben ik bezig om mijn eigen platform op te richten dat Wilskrachtige Verhalen gaat heten. Met dit platform wil ik met woord en beeld verhalen vertellen van mensen die bouwen aan een eerlijk systeem waar mens, dier en planeet allen beter van worden.’

Hoe zou het leefstijladvies er in de spreekkamer uit kunnen zien?

‘Bijvoorbeeld door als arts, bij een patiënt met chronische aandoeningen, in te zetten op een tweesporenbeleid. Hevige klachten kun je (tijdelijk) aanpakken met medicatie, terwijl je tegelijkertijd een traject start dat gericht is op het verbeteren van de voedingsstatus en leefstijl van de patiënt. Ofwel, enerzijds het verminderen van ziekteverschijnselen en ziekteprogressie, en anderzijds het verbeteren van de draagkracht en vitaliteit van een patiënt. Ik hoop dat deze werkvorm in de toekomst meer wordt toegepast’

Drie jaar geleden pleitte je op het congres voor Arts en Leefstijl voor meer lef van beginnend artsen om voeding terug in de spreekkamer te krijgen. Wat is nu je advies aan artsen?

‘Artsen schieten soms te snel in de reflex om te willen handelen. Die reflex mag wat minder. De beroepsgroep zou wat meer bescheiden mogen zijn over de uitkomsten van de beschikbare behandelmogelijkheden. Het is een zelfoverschatting te denken dat we altijd iets kunnen bedenken dat werkt. We moeten meer tijd nemen voor een gesprek met de patiënt. Soms zeggen dat we het niet weten…, en de eindigheid van het leven durven aan te kaarten. Is de levenskwaliteit bij iedere behandeling gebaat? Wat wil de patiënt? Shared decision making; op dat gebied mogen artsen individueel meer lef tonen.’

Volgens Food100 is het huidige voedselsysteem niet ‘goed genoeg voor de 21ste eeuw’. Het leidde tot een epidemie van obesitas, aantasting van de biodiversiteit, industrialisering van de landbouw, verminderend dierenwelzijn, voedselanalfabetisme en klimaatopwarming. Wat zijn jouw ideeën om deze race to the bottom in voedsel te stoppen en keren?

‘Ongezonde voeding voor kinderen is een groot probleem. Onlangs kwam Unicef met het nieuws dat 75 procent van de kindervoeding in supermarkten ongezond is. Ook het aanbod van Voedselbanken laat het qua gezondheid veelal aan de wensen over. Zo groeien klassenverschillen tussen kinderen. Als ik één ding direct zou mogen bepalen, zou ik op alle scholen een gezonde schoollunch introduceren die kinderen bij voorkeur samen met elkaar klaarmaken. De schade die op jonge leeftijd ten gevolge van een ongezonde leefomgeving ontstaat, is op latere leeftijd niet meer goed terug te draaien. Het voedselsysteem zelf dient absoluut een transformatie te ondergaan om haar houdbaarheid op de lange termijn te waarborgen. Het beeld van de aarde als gebruiksvoorwerp zou moeten plaatsmaken voor een beeld van de aarde als levend lichaam dat ons voedt en leven schenkt. Ik ben blij met een initiatief als Food100. De kruisbestuiving tussen verschillende professies leidt tot een gezamenlijke inspanning om het voedsellandschap toekomstbestendig te maken.’

Beeld: Astrid Grootscholten Storytelling Photography

Screenshot interview in UItzicht
2+
<< Terug