Helft jongeren tekort aan vitamine A

Bijna de helft van alle jongens en meisjes in de leeftijd van 14 tot 17 jaar en tien tot dertig procent van de volwassenen krijgt te weinig vitamine A binnen. ‘De gevolgen van het tekort lijken beperkt’, stelt het RIVM. Om daar aan toe te voegen: ‘Maar dat kan niet wetenschappelijk worden onderbouwd.’ Het belang van vitamine A voor het immuunsysteem blijft onderbelicht.

Voor het onderzoek gebruikte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de gegevens uit de meest recente Voedsel Consumptiepeiling (VCP 2012 – 2016) en berekende daaruit de hoeveelheden Vitamine A per deelnemer. Voor het effect op de gezondheid ging het instituut te rade bij ‘zorgprofessionals’ omdat het geen wetenschappelijke literatuur kon vinden over Nederland, of vergelijkbaar rijke landen.

Van de interviews met deze zorgprofessionals werd het RIVM niet veel wijzer. Weliswaar zien deze vitamine A-tekort ‘zelden als oorzaak’ van gezondheidsklachten, ze blijken tegelijk ‘weinig alert op een mogelijke relatie tussen de lage vitamine A inname en gezondheidsklachten’.

Alleen huid, haar en ogen?

In het persbericht noemt het RIVM ‘huidproblemen, dof haar, nachtblindheid of in het ergste geval blindheid’ als mogelijke gevolgen van te weinig vitamine A. In de bijbehorende publicatie waar het persbericht naar doorlinkt, refereert ze echter ook naar ‘studies van het Institute of Medicine’ (IOM), de Amerikaanse evenknie van het RIVM.

Het IOM heeft een lagere gemiddelde behoefte vastgesteld voor landen waar de bevolking moeilijker via het voedsel in vitamine A kan voorzien. Voor jongens en meisjes van 14 tot 17 jaar hanteert het IOM in deze landen een minimale behoefte van 300 microgram per dag. Dat is voldoende om ernstige oogklachten te voorkomen.

Maar het IOM stelt dat bij deze lagere norm ‘de weerstand om bijvoorbeeld infecties te bestrijden minder goed kan zijn’. En zoals gezegd, bijna de helft van de Nederlandse jeugd haalt ‘onze’ norm niet.

De geconsulteerde oogprofessionals

Behalve deze ene verwijzing naar de immuunfunctie van vitamine A, beperkt het RIVM zich in de zoektocht naar ziekteverschijnselen tot oog- en huidklachten.

Om er achter te komen hoe vaak nachtblindheid voorkomt, ondervroeg ze opticiens, optometristen en oogartsen. Deze hebben de indruk dat het ‘regelmatig’ voorkomt, maar ze houden het niet bij. Ook onderzoek om in voorkomende gevallen nachtblindheid vast te stellen wordt niet altijd gedaan. Alleen optometristen hebben apparatuur om vast te stellen of nachtblindheid wordt veroorzaakt door staar of bijziendheid. In voorkomende gevallen doen deze geen onderzoek naar de vitamine A-status.

Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) en de geïnterviewde oogarts zijn van mening dat nachtblindheid vrijwel niet veroorzaakt wordt door A-tekort. Zij hebben het over ‘enkele gevallen per jaar’. Die vinden ze onder ‘patiënten met metabole syndromen, alcoholmisbruik, een zeer eenzijdig voedingspatroon of een zeer ongezonde levensstijl, bij personen met chronische maagdarmproblemen of een maagverkleining’.

Huisartsen, dermatologen en diëtisten

Tekort aan vitamina A kan phrynoderma veroorzaken. Een huidaandoening die volgens het RIVM moeilijk te onderscheiden is van keratosis pilaris, dat voorkomt bij de helft tot tachtig procent van de pubers en veertig procent van de volwassenen. Deze keratinestoornis hindert de uitrijping van de hoorncellen van de haarzakjes, resulterend in kleine rode bobbeltjes die soms gepaard gaan met jeuk, irritatie of (jeugd)puistjes.

De geïnterviewde diëtisten zien ‘enkele personen per jaar met verminderde groei, dof haar, of een longontsteking’. Navraag over de voedingsgewoonten met behulp van een eetdagboek, wijst in sommige gevallen op een vitamine A-tekort. Diëtisten schrijven in dergelijke gevallen een dieet voor dat rijk is aan vitamine A, maar zelden een supplement.

Diëtisten noch huisartsen bepalen de vitamine A-status van hun cliënten. Oogartsen wel, maar het is onbekend hoe vaak dat gebeurt en ook hoe vaak een supplement wordt voorgeschreven. Huisartsen hebben geen richtlijn om aandoeningen te behandelen die gerelateerd zijn aan te weinig vitamine A. Ze schrijven ook geen supplement voor.

Ook de geconsulteerde maag-darm-lever-arts meldt dat de behandelrichtlijnen geen aandacht geven aan het risico op een A-tekort. Soms bepalen MDL-artsen de A-status door middel van een bloedonderzoek. Alleen bij ernstige aandoeningen, zoals galstuwing, schrijven zij een supplement voor. De geïnterviewde chirurg, gespecialiseerd in maagverkleiningen, adviseert patiënten een multivitamine-supplement. Pas bij gebleken vitaminetekorten, wordt ook de vitamine A-status bepaald.

Immunologische functies van vitamine A

Dat het RIVM zich bij de oogprofessionals heeft beperkt tot nachtblindheid is opmerkelijk. Een gebrek aan traanvocht is namelijk ook een mogelijk gevolg van te weinig vitamine A. In medische termen heet dat xeroftalmie en het kan uitdroging van het hoornvlies tot gevolg hebben. Wat het gevoelig maakt voor ontsteking en daarmee, vooral bij kinderen in ontwikkelingslanden, blindheid kan veroorzaken.

Deze dubbelblind gerandomiseerde klinische studie onder Indonesische kinderen, zocht juist kinderen uit met ‘milde xeroftalmie’ als kenmerk van een ‘milde vitamine A-deficiëntie’. Deze 118 kinderen werden gemengd met evenveel ‘natte ogen-kinderen’ en vervolgens in twee groepen verdeeld. De ene groep kreeg een placebo, de andere een flinke dosis vitamine A. Vervolgens werden beide groepen ingeënt tegen tetanus.

Na twee weken bleek dat de ‘droge oogjes’ in de suppletiegroep twee keer zoveel antilichamen tegen tetanus aangemaakt hadden dan de droge oogjes uit placebogroep. Deze studie uit 1992, gepubliceerd in Clinical Nutrition, heeft de veelzeggende titel: ‘Onderdrukte immuunrespons voor tetanus in kinderen met een vitamine A-tekort.’

Een lage vitamine A-status kan de gewenste reactie van het immuunsysteem op vaccinatie dus beperken.

Diarree, Mazelen, HIV en malaria

Deze review uit 2005 stelt dat suppletie met vitamine A, bij jonge kinderen het risico verkleint op het krijgen van en overlijden aan: ‘sommige vormen van diarree, mazelen, HIV en malaria’. Onder andere dankzij een verhoogde productie van antilichamen en proliferatie van lymfocyten.

Vitamine A is belangrijk voor de rijping en het functioneren van epitheelweefsel en immuuncellen. Tekorten gaan samen met een gemankeerde barrièrefunctie en veranderingen in immuunreacties en een verhoogde vatbaarheid op een waaier aan infecties. Dat suppletie helpt bij diarree, ‘kan worden toegeschreven aan de functies van vitamine A bij het handhaven van de integriteit van het darmepitheel’. Voor de waargenomen positieve effecten van suppletie bij kinderen met HIV denken de auteurs aan de toename van T-cel lymfocyten.

Voor wie alles wil weten van de rol die vitamine A speelt bij de modulatie van T-cellen en reacties van het aangeboren immuunsysteem is dit artikel uit 2014 in de Journal of Immunoly een aanrader. Een tekort wordt onder meer geassocieerd met een afname in de activiteit van NK (natural killer) cellen. Wat de antivirale verdediging verzwakt.

Cochrane: ‘nog meer placebo-controle is onethisch’

Een Cochrane review uit 2017 bevestigt dat tekorten aan vitamine A, jonge kinderen vatbaar maakt voor tal van problemen. ‘Inclusief luchtwegaandoeningen, diarree, mazelen, oogproblemen en dat het tot de dood kan leiden. De review analyseerde 47 RCT’s die in totaal meer dan een miljoen kinderen betroffen in 19 landen, waarvan twee in Australië.

De auteurs concluderen dat suppletie geassocieerd is met een klinisch betekenisvolle reductie in ziekte en overlijden onder kinderen. ‘Verdere placebo-gecontroleerde studies zullen deze conclusies  niet veranderen’ en zouden daarom ‘onethisch zijn’. Vergelijkende studies naar doseringen en verschillende vormen van toediening zijn nog wel nodig.

Longontsteking

Chinese onderzoekers spitten in 2018 het bestaande onderzoek nog eens door op suppletie van vitamine A bij kinderen met longontsteking. Ze vonden 15 RCT’s met een totaal van 3.021 geïncludeerde patiëntjes. Ze vonden geen bewijs voor een lagere sterfte, maar wel voor een verbetering in klinische symptomen en een korter verblijf in het ziekenhuis. Zonder bijwerkingen.

Beeld: Door miya – CC BY-SA 4.0

0
<< Terug