Hoe gezond denken ex-patiënten dat ze eten?

Overlevers van kanker schatten de kwaliteit van hun voedingspatroon meestal verkeerd in. Voedingsinterventies en –adviezen kunnen daarom ‘de overleving verbeteren en etnische en sociaaleconomische ongelijkheden verkleinen’.

Het is een bekend gegeven in de sociologie. Mensen koesteren in de regel een te rooskleurig beeld van hun kwaliteiten en hun gedrag. Of juist te negatief. In combinatie met een selectief geheugen zorgt dat voor een lage wetenschappelijk status van onderzoek dat steunt op zelfrapportage.

Epidemiologisch onderzoek naar voedingsgewoonten van grote groepen mensen probeert hier zo goed mogelijk rekening mee te houden. Onder meer door toepassing van statistische correcties en het gebruik van betere onderzoeksmethoden. Zo geven herhaalde ’24-uurs voedingsnavragen’ een correcter en vollediger beeld dan voedselfrequentievragenlijsten (FFQ’s).

Het zicht op de voedselgewoonten van mensen is over de laatste decennia verbeterd, maar hoe schatten ondervraagden hun eetgedrag zelf in? Onderzoekers van de George Mason University en de Virginia Commonwealth University, zochten het uit voor een groep die bovengemiddeld veel baat heeft bij een gezond voedingspatroon: overlevenden van kanker. Belangrijk, stellen ze, want die perceptie ‘kan hun feitelijke dieet beïnvloeden’ en er is nog maar weinig onderzoek naar gedaan.

Overeenkomst ‘laag’

De onderzoekers analyseerden informatie uit de langlopende National Health and Nutrition Survey over de periode 2005 tot 2014. De gegeven voedselinname beoordeelden ze aan de hand van de Healthy Eating Index. Deze kent punten toe aan dertien voedselcategorieën die optellen tot een een maximale score van 100. In vakblad European Journal of Clinical Nutrition concludeerden ze dat de overeenkomst tussen de zelf waargenomen en feitelijk kwaliteit van het dieet ‘laag’ is.

Dat lijkt een understatement. Als statistische maat voor overeenstemming gebruikten ze Cohen’s Kappa coëfficiënt. Hoe verder de waarde daarvan onder de 1 uitkomt, hoe kleiner de overeenstemming tussen de gemeten waarden. De in de deze studie berekende Kappa van 0,06 staat  volgens de naamgever van deze coëfficiënt voor ‘nauwelijks tot geen overeenkomst’.

Overschatters en onderschatters

De onderzoekers berekenden dat de ex-patiënten die de gezondheidswaarde van hun voedingspatroon overschatten, ruim vijf punten lager scoorden op de HEIndex. Degenen die de kwaliteit van hun dieet juist onderschatten scoorden zeven punten hoger. Gemiddeld is het dieet van Amerikanen 59 HEI-punten waard. Waarbij de 65-plussers het beste af zijn (64 punten) en kinderen (54 punten) het minst.

In dit onderzoek bleek elke tien jaar hogere leeftijd samen te gaan met een grotere kans de kwaliteit van het eigen voedingspatroon te rooskleurig in te schatten. Amerikanen met een Latino achtergrond overschatten de gezondheidswaarde van hun dieet twee keer zo vaak als blanke niet-Latino’s.

In hun conclusie pleiten de auteurs voor op de persoon toegesneden voedingsinterventies en persoonlijke begeleiding. Beide gericht op het verkleinen van de waargenomen kenniskloof. Dat kan etnische en sociaaleconomische achterstanden verkleinen. Een tweede verband dat de auteurs noemen is gewaagder. Voedingsinterventies en begeleiding ‘heeft de potentie de overleving (na kanker) te verbeteren’.

Beeld: “Kent u zelve – Know Thyself” by Bert Werk is licensed under CC BY-SA 2.0

0
<< Terug