"Ik zie het al, u heeft protocolitis"

Huisartsen gaan gebukt onder protocollen. Wijken ze ervan af, dan lopen ze de kans door de inspectie en het tuchtcollege op de vingers te worden getikt. “Nederland lijdt aan protocolitis.”

Volgens Wouter van den Berg van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen worden protocollen vaak gebruikt om hard met artsen af te rekenen. “Bij veel tuchtzaken en procedures zijn de protocollen leidend”, zegt Van den Berg in de Volkskrant. “Dit leidt tot slechtere zorg. Het creëert huisartsen die het verstand laten varen en de protocollen laten zegevieren.” Jaarlijks zijn er gemiddeld 1.600 medische tuchtzaken. Ruim duizend daarvan zijn tegen artsen.

Verstandigheid

Uit kwalitatief onderzoek dat vanavond in Utrecht wordt gepresenteerd, komt naar voren dat de praktijk niet in regels te vangen is: ervaren huisartsen blijken bijvoorbeeld aan het sterfbed van patiënten geregeld protocollen te doorbreken omdat zij het belangrijker vinden goede zorg te leveren dan zich aan de regels te houden.

Volgens de onderzoekers zouden de inspectie en het tuchtcollege artsen niet moeten beoordelen op “gehoorzaamheid” maar op “verstandigheid”. Formeel mag een arts een protocol doorbreken als hij dat goed motiveert. Volgens de VPH zijn artsen steeds angstiger om dit te doen.

Goed verhaal

“Het gevoel van ongemak om af te wijken van het protocol is groot”, zegt Bart Meijman, mede-initiatiefnemer van initiatiefgroep Het Roer Moet Om. “Vooral jonge artsen moet je juist stimuleren: durf af te wijken van de richtlijnen als het in het belang is van de patiënt, blíjf daarover nadenken. Ons vak vraagt improvisatie. De kracht van geneeskunde is juist dat de persoonlijkheid van de dokter wordt weerspiegeld in zijn werk.”

Nieuwe regels

Het ligt ook bij de huisartsen zelf, zegt Meijman van Het Roer Moet Om. “We schieten zelf door in het maken van almaar nieuwe protocollen. Steeds als er iets fout gaat, gaan we nieuwe regels bedenken. En vervolgens controleert de inspectie of we ons er aan houden. Ook de zorgverzekeraars controleren op de richtlijnen. Zo houd je elkaar in een wurggreep.”

Ook hoogleraar huisartsgeneeskunde Niek de Wit van het UMC Utrecht zegt deze ontwikkeling te zien. “Richtlijnen zijn bedoeld voor de gemiddelde patiënt. Maar 40 tot 50 procent van de patiënten past niet in zo'n richtlijn. Het wordt steeds belangrijker om te bekijken wat de patiënt wil. De inspectie en ook de zorgverzekeraars moeten daar voldoende ruimte voor laten.”

Beeld: strees.eu

 

 

<< Terug