Immuuntherapie niet zaligmakend

Van alle kankerpatiënten overlijden de meesten aan longkanker. Het zag ernaar uit dat immuuntherapie daarin verandering zou brengen maar die blijkt niet zaligmakend te zijn. Prof. dr. Joachim Aerts is hoofd van de afdeling longgeneeskunde in het Erasmus MC. Hij richt zich vooral op behandeling van longkanker- en asbestkankerpatiënten en doet tevens onderzoek. Hij vertelt over het belang van het vroeg herkennen en behandelen van mogelijke bijwerkingen bij de behandeling van longkanker.

Chemotherapie en bestraling zijn vormen van behandelen waarbij niet alleen de kankercellen worden aangevallen, maar ook gezonde cellen sneuvelen in het behandelproces. Er zijn ook behandelingen die bedoeld zijn specifieker op de kankercel te werken: immuuntherapie en doelgerichte therapie. De eerste maakt gebruik van het eigen afweersysteem om de kanker te bestrijden. De tweede behandeling richt zich enkel tegen de kankercellen met een bepaalde genmutatie (DNA afwijking).

Soms valt het lichaam gezonde cellen aan

Ondanks dat deze behandelingen specifieker tegen de kanker werken, bestaat er bij deze behandelingen ook een risico op bijwerkingen. Immuuntherapie activeert het afweersysteem. “De behandeling kan er zo ook voor zorgen dat er processen geactiveerd worden die we niet zouden willen activeren, zoals een reactie gericht tegen de gezonde cellen in je lijf. Soms valt het lichaam bijvoorbeeld cellen in de nieren of longen aan. Soms betekent dit dat we moeten stoppen met de behandeling, ook als deze effectief is tegen kanker.”

Bijwerkingen wel beter herkend

Volgens prof. dr. Aerts leven patiënten tegenwoordig aanzienlijk langer dan voorheen door deze nieuwe behandelingen. “Daarom is het belangrijker geworden om de mogelijke bijwerkingen goed te behandelen om een kwalitatief goed leven te kunnen creëren. Patiënten kunnen last krijgen van hoesten of kortademigheid als de longen worden aangetast.”

Gelukkig draagt onderzoek eraan bij dat bijwerkingen steeds beter worden herkend en kunnen worden behandeld. Dan hoeven minder patiënten te stoppen met een effectieve therapie.

Eerst zoeken naar alternatieven

Natuurlijk is het spannend om te spreken over bijwerkingen als dat mogelijk kan leiden tot het moeten stoppen met de behandeling. “Vaak zoeken wij eerst naar alternatieven: kan een patiënt gedeeltelijk stoppen met de behandeling en hoe lang werkt het geneesmiddel nog na het beëindigen van de therapie?”

Daarnaast is het heel belangrijk dat patiënten in het geval van klachten in een vroeg stadium hun behandelend arts informeren. “Op vrijdagmiddag last van hoesten? Wacht niet tot maandag en breng ons gelijk op de hoogte. Dan kunnen we direct in actie komen en mogelijk meer schade van de bijwerkingen voorkomen. De afweging om te beginnen of om door te gaan met een behandeling wordt altijd gemaakt in overleg met de patiënt. Wij geven advies vanuit onze ervaring.”

Beeld: strict.nl

<< Terug