Steekspel met Verburgh: stofjes of hele product?

Steekspel met Verburgh: stofjes of hele product?
wo, 30/08/2017 - 13:58
Door: jvklinken
0 reacties

Foto: Kris Verburgh

Gezonde voeding is razend populair sinds de Belgische arts Kris Verburgh zijn boek De Voedselzandloper uitbracht. In een fel dispuut in het blad HP/De Tijd leggen zijn tegenspelers hem het vuur na aan de schenen.

Zijn  opponenten zijn Rosanne Hertzberger van de afdeling moleculaire celfysiologie aan de VU in Amsterdam en Martijn Katan, emeritus- hoogleraar voedingsleer, eveneens aan de VU. Beiden zitten op een heel andere lijn dan Verburgh. Zo schreef Hertzberger “Ode aan de E-nummers – Waarom E-nummers, kant- en klaarmaaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken”. Van Katan is de veelzeggende uitspraak afkomstig dat een kroket gezonder is dan een boterham met kaas. Desondanks speelt hij een vooraanstaande rol in het publiek debat over voeding en gezondheid.

Niet zozeer kijken naar stofjes als wel naar  totale product

Een boeiende vraag tijdens het debat is of je heeft betrekking op de vraag of je je bij voedingsonderzoek moet richten op de  verschillende stofjes dan wel op het totale product. Katan zegt zich vooral te focussen op stofjes. Hij zegt geen enkele stofje te kennen dat veroudering remt.

Verburgh: “Er zijn zeker wel interventies (onderzoeken) die de veroudering kunnen vertragen, hè. Bijvoorbeeld calorierestrictie, maar ook sporten en je manier van eten. Als je minder dierlijke proteïnen eet en meer groenten, dan zie je dat dat het verouderingsproces aanzienlijk kan vertragen.

Stoffen hebben heel veel uiteenlopende effecten op uw lichaam. Daarom denk ik ook dat het goed is om te kijken naar het product in zijn geheel. Geef het hele voedingsmiddel en zie wat er dan gebeurt met de patiënt. Dat zijn interventiestudies. Die tonen echt de kracht van voeding aan. Als je mensen bijvoorbeeld een mediterraan voedingspatroon laat volgen, met meer groente, fruit, wit vlees en vetten zoals olijfolie, dan zie je dat het risico op dementie en hart- en vaatziekten vermindert.”

‘Voedingsmiddelen bestuderen is een terugval naar  de Middeleeuwen’

Katan: “Ik ben chemicus, dus ik ben nogal geneigd om te denken in termen van stofjes. Ik vind het risico van denken in termen van voedingsmiddelen dat je nooit weet of het voedingsmiddel dat op dinsdag in Rome iets deed bij Italianen, volgende week woensdag ook nog iets doet in Amsterdam. Want dan kan het stofje waar het om ging net ontbreken. Het succes van de hele westerse wetenschap is juist het versimpelen van dingen tot stoffen die we kunnen begrijpen. Dus ik vind die trend naar voedingsmiddelen in zekere zin een terugval naar de Middeleeuwen.”

Verburgh: “Hoe bedoelt u? Want ik denk dat dat júist beter is. Zegt u: als je wilt zeggen of broccoli gezond is, dan zullen we eerst alle tienduizend stofjes moeten analyseren in studies?”

Katan: “Maar daar zitten geen tienduizend stofjes van belang in.”

Verburgh: “Er zitten duizenden verschillende moleculen in broccoli. Geef mensen gewoon een broccoli en kijk wat er gebeurt.”

Katan: “Maar elke broccoli? Want in iedere broccoli-struik zitten weer andere stofjes.”

Hertzberger: “En dan maakt het nog uit hoe lang het is gekookt, welke microbiota het individu heeft – ofwel de micro-organismen in het maag-darmkanaal, welke genetica ze hebben, welke epigenetica, enzovoort.”

Verburgh: “Dat klopt. Maar je snapt de grote verbanden toch wel? Als we mensen broccoli geven, dan zien we dat ze minder DNA-mutaties hebben, dat hun lever gezonder wordt, dat de bloedvaten beter worden, dat ze minder kans hebben op kanker. Er zijn interventiestudies met mensen die broccoli krijgen en...”

Katan: “Even een vraagje. Ik vind je enthousiasme geweldig, maar wat beschouw jij als bewijs? Wanneer vind jij dat het redelijk overtuigend bewezen is? Bij dierexperimenten? Bij observationele studies waarin het risico anderhalf keer of meer verlaagd lijkt?”

‘Veel stoffen werken synergetisch’

Verburgh: “Ik neem alle studies samen, maar het zijn vooral de interventiestudies die ik heel krachtig vind. Maar wat ik wilde zeggen is dit: ik vind niet dat je elk stofje in broccoli afzonderlijk moet testen, want veel stoffen werken synergetisch (versterken elkaar-mmv.nl). Dat is bewezen.(….) In broccoli zitten stoffen, zoals bepaalde flavonoïden – stoffen die vooral voorkomen in geneeskrachtige kruiden, fruit, groenten, zaden, noten en op planten gebaseerde dranken zoals thee en wijn – en die zorgen voor een verbetering van je mitochondriale gezondheid, maar die brengen ook epigenetische veranderingen teweeg of verminderen ontsteking.”

‘Nou, nou niet zo goedgelovig’

Even later drijft Katan de spot met Verburghs pleidooi voor geneeskrachtige paddenstoelen. “Ik zag in je boek dat de kans op borstkanker met tachtig of negentig procent afnam als je een bepaald soort paddenstoelen at. Dat was gebaseerd op een onderzoek in China onder vrouwen die die paddenstoelen aten. Dan weet ik al genoeg. Want als dat werkelijk zo was, dan was het allang bevestigd door zeventien andere studies en waren er trials naar gedaan. Dus dat is gewoon een of andere uitschieter geweest. Nou is het niet vreselijk erg als vrouwen wat meer paddenstoelen gaan eten, maar als wetenschappers denken wij dan wel: nou nou nou, niet zo goedgelovig.”

‘Dat klopt wel degelijk’

Verburgh: “Er zijn heel veel maatschappelijke studies die aantonen dat paddenstoelen een immuun-regulerend effect kunnen hebben, en een gunstig effect hebben op maagkanker en borstkanker. Dus dat klopt wel degelijk. Ik haal in mijn boek enkele van deze studies aan als voorbeelden, maar ik baseer me op nog tientallen andere studies die ik daarover heb gelezen. In Japan gebruiken heel veel reguliere artsen in reguliere ziekenhuizen naast de chemotherapie ook paddenstoelen.”

Katan: “Ja, dokters doen rare dingen. Dat is geen bewijs.”

En zo gaan de aanvallen op Verburgh nog een tijdje door. Het hele interview is hier te lezen maar alleen tegen betaling.