Voor vitamine D moeten we naar buiten

Voor vitamine D moeten we naar buiten
wo, 03/07/2019 - 12:01
Door: jvklinken
0 reacties

Vitamine D slikken, dat leek het geheime wapen tegen griep, osteoporose en depressies. Niet dus. Dagelijks in de zon is een veel beter advies.

Voedingswetenschapper en epidemioloog Hanne van Ballegooijen moest zelf ook even schrikken toen ze de laatste onderzoeken las. “Ik doe al tien jaar onderzoek naar vitamine D, maar in 2018 zijn de uitkomsten van een aantal grote, langlopende studies gepubliceerd en die laten duidelijk zien dat we onze visie op vitamine D moeten nuanceren. Zelfs iets wat iedereen in de medische wereld vanzelfsprekend vindt – vitamine D voorschrijven om botbreuken te voorkomen bij mensen die meer kans hebben op osteoporose (botontkalking) – staat op losse schroeven. En zo kunnen we nog even doorgaan. De relatie vitamine D-tekort en een kleinere kans op griep in de winter is niet bewezen. Ook het effect van vitamine D op moeheid en algehele malaise blijkt wetenschappelijk geen steek te houden,” zo vertelt ze aan gezondnu.nl.

Essentieel voor baby’s en jonge kinderen

Moeten we de adviezen vanuit de orthomoleculaire hoek om toch vooral vitamine D te slikken, nu zo snel mogelijk vergeten? “Nee, dat zeker niet,” zegt Van Ballegooijen. “Vitamine D is namelijk essentieel voor de ontwikkeling van het immuunsysteem van baby’s en jonge kinderen. Daarnaast zorgt het voor sterke botten en tanden. Daarom moeten de allerkleinsten vooral wél een vitamine D-supplement blijven slikken.”

Hoofd en handen niet bedekken

Zelfs  vrouwen met een kinderwens zouden al extra vitamine D moeten gebruiken. Ook tijdens de zwangerschap en na de bevalling, als je borstvoeding geeft, blijft het advies om een vitamine D-supplement te gebruiken overeind.

Om genoeg zonlicht ‘op te kunnen vangen’, moet je op zijn minst je hoofd en handen onbedekt hebben. Mensen met een donkere huidskleur kunnen vanwege hun pigment zonlicht minder goed omzetten in vitamine D en dienen dus te suppleren.

Te veel vitamine D kan bijwerkingen geven

Van Ballegooijen waarschuwt dat we niet klakkeloos vitamine D moeten slikken ter preventie. “Doe dat alleen als een arts een tekort heeft vastgesteld. Te veel vitamine D kan bijwerkingen geven.”

Dat geldt niet voor zonlicht. Dan kun je geen ‘overdosis’ oplopen. De omzetting van vitamine D via de huid in je lichaam verloopt anders en over het algemeen blijft er een gezonde balans bestaan. Vitamine D plas je in tegenstelling tot vitamine C niet uit bij een teveel, maar sla je op in je vetlagen. Op die manier kan je lichaam in de zomermaanden – wanneer de zon op zijn krachtigst is – een voorraadje aanleggen, waar je tot na de winter op kunt teren.”

Veertig procent zou moeten suppleren

Volgens haar werkt dit voor zestig procent van de Nederlanders prima. Zij hebben zelfs in de wintermaanden geen tekort. Tegelijkertijd moet de conclusie zijn dat veertig procent wél een tekort heeft. Die groep zou dus moeten suppleren.

Zoals bekend kun je vitamine D voor een klein deel, zo’n tien tot twintig procent, ook uit je voeding halen. Met name vette vis is een goede bron. Maar dat alleen is lang niet voldoende. Daarom is het juist in het voorjaar en in de zomer zo belangrijk om lekker veel naar buiten te gaan, zodat je een voorraad vitamine D aanlegt voor in de winter.

Vitamine D in de overgang en bij 70+

De Gezondheidsraad adviseert extra vitamine D te nemen als je in de overgang zit bijvoorbeeld of als je de zeventig voorbij bent. De studies lijken er echter op te duiden dat deze mensen niet per definitie beter af zijn met een supplement. Wat is voor deze groepen wijsheid? Van Ballegooijen: “Het klopt dat het bewijs voor vitamine D op dat vlak begint te rammelen. Maar het zal nog wel even duren voordat er een nieuw advies van de Gezondheidsraad ligt. Tot die tijd zou ik zeker het huidige advies aanhouden van de Gezondheidsraad.”

Beeld: econtalk.org