Regulier of alternatief?

Het is nu bijna 9 jaar geleden dat ik voor de eerste keer borstkanker kreeg. Dat resulteerde in de amputatie van mijn rechterborst. Drie jaar later was mijn linkerborst aan de beurt. Ook die heb ik geofferd. Die tweede keer heb ik ook chemokuren en hormoonbehandelingen ondergaan. De hormonen slik ik nog steeds.

Daarnaast heb ik mij in die behandelperiode omringd door aanvullende (zelf) zorg:  gezonde voeding, veel beweging en heerlijke ontspanning. Die drie ingrediënten – voeding, beweging en stress – vormen immers de top drie van risicofactoren voor het ontstaan van kanker.

Ik ging ten eerste heel veel bewegen, onder leiding van goede fysiotherapeuten die het programma ‘beweeg je fit’ hadden ontwikkeld. De eerste keer in een groep, de tweede keer individueel. Toen had ik wel genoeg verhalen van medepatiënten gehoord over alle bijwerkingen van alle soorten chemo en bestraling en concentreerde ik me liever op mijn krachttraining en de vogeltjes in de boom buiten. Dat ik fysiek sterk was heeft me enorm geholpen vitaal te blijven tijdens de behandelingen.

Ik ben ten tweede veel gaan mediteren en heb ‘uitwendige therapie’ gevolgd. Ikzelf noemde het liever ‘wikkeltherapie ’omdat je na een ritmische massage met helende olie, zo heerlijk ingewikkeld werd en als een ingebakerde baby nog een half uur in rust mocht blijven liggen. Wat heerlijk, zuchtte ik vaak als ik daar weer op de bank lag en genoot van de zachte, liefdevolle aanraking, in het ziekenhuis halen ze me uit elkaar en jij zet me weer in elkaar. Die therapie heeft me enorm geholpen me weer te verzoenen met mijn lijf dat opeens een dreiging voor mijn leven bleek te vormen.

Vindt mijn tumor dit lekker? Dan bedank ik ervoor!

Uit de voedingslijst van de MMV samen met de adviezen van Servan Schreiber (uit het boek Antikanker) stelde ik mijn persoonlijke dieet samen. Mijn man en twee kinderen wilde ik niet meesleuren in mijn missie van kanker-onvriendelijk eten. Dus ik werd niet helemaal ‘strikt in de leer’. Maar een tijdlang woog ik alles wat ik af aan de maatstaf: vindt mijn tumor dit lekker? Dan bedank ik ervoor. Schrikt ie ervan? Dan neem ik nog een tweede portie!

Het regime van de ziekenhuis – de ‘reguliere zorg’ – heb ik dus zelf aangevuld met ‘alternatieve, of aanvullende zorg’. Waarom hanteren we dat onderscheid eigenlijk, vraag ik me altijd af?  ‘Regulier’ betekent ‘regelmatig, volgens orde’ zegt van Dale. De regelmaat in mijn behandelingen in het ziekenhuis heb ik nooit kunnen ontdekken. Afspraken werden zelden op tijd nagekomen en werden – met uitzondering van de chemokuren – op telkens wisselende tijdstippen gepland.

Ik vond – en vind- het ook vreemd dat er niet vanaf dag 1 aandacht voor was de top drie van beïnvloedbare factoren (voeding, bewegen, stress) door de doctoren. Gelukkig was ik mans genoeg om dat zèlf te ontdekken. Ik smachtte er ook naar iets om zèlf te kunnen doen, in een periode waarin mijn leven geregeerd werd door ziekenhuisafspraken, behandelingen en het dealen met nare bijwerkingen. Dat er dan zaken blijken te zijn waar je wèl invloed op hebt, die je nog enigszins het idee van controle en autonomie geven, dat je zelf een positieve bijdrage aan je genezingsproces kunt leveren, dat was voor mij de regelmaat die ik nodig had om dit hele proces ook mentaal goed te doorstaan. Hoe mooi is het, dat juist die bijdrage ook een aantoonbaar effect heeft op je fysieke welbevinden! Dus voor mij zou je het net zo goed andersom kunnen benoemen: regulier zijn die dingen die ik zèlf kon verzorgen, aanvullend zijn de behandelingen van het ziekenhuis.

Beeld: Nadia ten Wolde

1+
<< Terug