‘Ik werd wakker met een kriebel in mijn keel en dacht meteen: dit is het begin van het einde. Waarschijnlijk een zeldzaam virus dat alleen voorkomt bij apen in Afrika.’ Na wat zoekwerk had hij in een paar minuten tijd vijf dodelijke ziektes bij elkaar gegoogled.
Hij zat tegenover me in zijn eigen huis en begon onderuitgezakt aan zijn verhaal. Ondanks mijn pogingen zijn verhaal te relativeren – hij was bijvoorbeeld nog nooit in Afrika geweest – hield hij voet bij stuk.
Hoewel ik hem met zichtbaar ongenoegen aanhoorde kwam hij wat rechtop zitten en oreerde hij verder. ‘Ik strompelde naar de bank met de energie van een verwaaide vaatdoek. Dekentje, kruik, ik voelde me zielig.’ Waarom ik?, zuchtte hij dramatisch tegen zijn kat, die onverschillig z’n achterste likte. De wereld was hard en hij was het slachtoffer. Hij begon zijn kat dramatisch te aaien, alsof het einde in zicht was. ‘De kat begrijpt me, dat zie ik aan zijn staart.’
Ik probeerde het voor de tweede maal wat te relativeren, maar hij keek me recht in de ogen aan. Ernstig, zorgelijk en dwingend. Hij hoestte dramatisch en at een paar zoete snacks. Niet gezond, maar voor de troost. ‘Voor… nou ja, ik had gewoon trek. Een mens moet wat!” Gaandeweg verloor ik mijn interesse in zijn klaagzang. Weerzin en ergernis. Wie van ons tweeën zou de ban het eerst breken?
Was dit het moment dat ik wat humor in kon brengen, zodat ik hem kon overtuigen van zijn zelf bedachte zieligheid en hypochondrie? Want hij beschreef zijn ziekzijn bijkans als een spirituele ervaring.
Hem even een spiegel voorhouden, pakte goed uit. Ineens zag hijzelf ook de humor in van zijn gedrag. Tuurlijk was er niets ernstigs aan de hand. Hij had gewoon een flinke verkoudheid. Geen zeldzaam virus, geen mysterieuze ziekte, zelfs geen allergie. De kat keek intussen mij aan met een mengeling van minachting en lichte bezorgdheid. Ik aaide hem. Zag ik een glimlach op zijn snoet?
De les? Er zijn mensen die écht ziek zijn. Er zijn ook mensen die denken dat zij ziek zijn. Een groot verschil. In beide gevallen helpen relativeren en humor. Bij ziekte moet je niet net doen alsof het allemaal wel meevalt en de situatie beter voordoen dan deze werkelijkheid is. Gemaakt vrolijk of onbezorgd doen? Ook niet. Vaak helpt enig zelfspot en relativeringsvermogen, terwijl zelfverwijt en -medelijden het tegenovergestelde doen. Relativeren en het houden van gevoel voor humor kunnen dan helpen. Humor en zelfbeklag mogen samen in bed liggen. Het zijn twee kanten van dezelfde munt. De één zegt ‘ik voel me ellendig’, de ander zegt ‘maar ik ben nog steeds grappig’. Relativeren is als het dekbed dat hen toedekt en fluistert: ‘Morgen voel ik me waarschijnlijk beter.’
Stel jezelf open voor hen die je proberen op te beuren. Voor hen die meevoelen en trachten de moed erin te houden. Dat is niet altijd een makkelijke opgave.
Foto door Ron Lach
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
