In eetexperiment deden 57 gezonde vrijwilligers zich te goed aan twee maaltijden die precies evenveel eiwitten, koolhydraten en eiwitten bevatten. Ook de hoeveelheid calorieën was gelijk. Het verschil zat hem in de mate van bewerking: minimaal bewerkt versus ultrabewerkt. Suikerhuishouding en stofwisseling van dezelfde proefpersonen reageerden op elke maaltijd anders. En hersenscans lieten verschillen in breinactiviteit zien.
‘In samenhang’, concluderen de onderzoekers van Virginia Tech (VS) in Cell Metabolism, ‘ondersteunen deze bevindingen het concept dat voedselbewerking de fysiologische en de breinwerking beïnvloedt via regelmechanismen die verder reiken dan alleen calorieën en de compositie van macronutriënten.’ Een veranderde beschikbaarheid van nutriënten als gevolg van een veranderde fysieke structuur, zien de auteurs als een ‘plausibele factor voor zowel de overconsumptie als de effecten op de metabole gezondheid’ van ultrabewerkt voedsel.
Waaruit bestond het experiment precies en wat waren de uitkomsten? De proefkonijnen kwamen twee keer naar het lab om te eten. Beide maaltijden waren gelijk voor wat betreft macronutriënten, gewicht, calorieën (300), voedingsvezel, zout, water, glycemische lading en glycemische index. De glycemische lading gaat over de totale hoeveelheid glucose in de maaltijd, de glycemische index vergelijkt de bloedsuikerreactie na de consumptie van een vaste hoeveelheid koolhydraten.
Op de foto boven dit bericht is te zien waar dit in resulteerde. Op het onbewerkte bordje lag banaan, gedroogde cranberries, kaas en ei. Op het ultrabewerkte bordje (alles groep 4 van de NOVA-classificatie): patat, koek, brood met jam, cereals, pindakaas, vleeswaren, instant aardappelpuree en water om op gelijk gewicht en water uit te komen. Op het eerste gezicht lijkt het onwaarschijnlijk dat de ultrabewerkte maaltijd een zelfde glycemische index heeft als de minimaal bewerkte. Maar volgens de gegevens uit de database en het gebruikte algoritme om de maaltijden samen te stellen, was dit wel het geval.
Ook de aanvankelijke reactie op het bloedsuiker van de proefpersonen wijst op een gelijkwaardige glycemische index. In de eerste 20 minuten steeg het bloedsuiker na de onbewerkte maaltijd duidelijk sneller. Op de ultrabewerkte maaltijd reageerden de proefpersonen gemiddeld met stijging die later inzette, maar die wel langer aanhield en minder duidelijk terugkeerde naar de uitgangswaarden.
Vetverbranding
Een opvallend verschil was te zien in de oxidatie (‘verbranding’) van vetten en koolhydraten. Dit werd gemeten in een speciaal daarvoor ontworpen kamer, waarin over een periode van vier uur de gaswisseling van elk van de proefpersonen werd geregistreerd. Daaruit bleek dat de minimaal bewerkte maaltijd meer glucose deed verbranden, terwijl de ultrabewerkte maaltijd een hogere vetverbranding tot gevolg had. Het totale energieverbruik was het grootst na de ultrabewerkte maaltijd.
Als mogelijke oorzaak van deze nogal verrassende uitkomst vermoeden de onderzoekers een verminderde insulinegevoeligheid. Ze wijzen er bovendien op dat een vertraagde verschuiving van vet- naar koolhydraatverbranding ook een kenmerk is van insulineresistentie en diabetes type 2.
Foto: Dit kregen de proefpersonen te eten. Credit: Zach Hutelin, Virginia Tech.
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
