Driekwart van onze immuuncellen bevindt zich in de darm. Daar huist ook meer dan negentig procent van alle micro-organismen in het lichaam. Bij elkaar tussen een en twee kilo, hoofdzakelijk bacteriën. Wat deze te eten krijgen, beïnvloedt het immuunsysteem van de gastheer. En wel op zo’n manier dat de effectiviteit van immuuntherapie bij kanker via de dieet te verbeteren is, toonden onderzoekers van het MD Anderson Cancer Center aan.
Immuuntherapie kan helpen waar andere behandelingen faalden. Maar afgezien van het feit dat deze relatief nieuwe therapievorm nog slechts voor een klein deel van kankers beschikbaar is, valt het succespercentage nog erg tegen. Daarbij kunnen de bijwerkingen de kwaliteit van leven flink beperken. In de zoektocht naar manieren om dat te verbeteren, viel het onderzoekers op dat de samenstelling van het darmmicrobioom samenhing met de uitkomsten van de therapie.
Zo berichtte MMV in 2022 over de grootste observationele studie tot dan toe die een verband toonde tussen de samenstelling van de darmflora en de overlevingskans van 165 patiënten met gevorderd melanoom die Immuun Checkpuntremmers (ICI’s) kregen. Uit analyse van hun ontlasting kwamen enkele bacteriesoorten tevoorschijn die zowel gelinkt zijn aan gezonde voeding als aan betere uitkomsten bij de immuuntherapie. ‘Deze studie toont dat de overlevingskansen gebaseerd op de gezonde microben tussen de subgroepen bijna verdubbelde’, stelde de voor de het Britse deel van het onderzoek verantwoordelijke genetisch epidemioloog Tim Spector op de website van King’s College London.
Maar ging de talrijker aanwezigheid van de als gunstig voor de gezondheid bekend staande darmbacteriën (Bifidobacterium pseudocatenulatum, Roseburia spp. en Akkermansia muciniphila) ook gepaard met een gezond voedingspatroon van de gastheer? Nader onderzoek leerde dat dit inderdaad het geval was. De deelnemers die meer vetten uit olijven, noten en vis aten en vezels en polyfenolen uit groenten fruit en volle granen, hadden meer van de gunstige buikbacteriën en hadden meer baat gehad van de immuuntherapie.
‘Pleidooi voor voedingsinterventies’
‘Onze studie onderstreept hoe belangrijk het is voorafgaand aan de behandeling met ICI’s de eetgewoonten van patiënten te beoordelen. En het pleit voor een rol voor voedingsinterventies als strategie om de behandelingsresultaten en de overleving te verbeteren’, aldus arts en voedingswetenschapper bij het Universitair Medisch Centrum Groningen Laura Bolte, najaar 2022 op een congres van voor gastro-enterologen in Wenen.
In Uitzicht 3 2023 betonen Bolte en haar promotor Geke Hospers zich positief over de mogelijkheden van gezonde voeding bij immuuntherapie, maar ook realistisch over de praktische haalbaarheid ervan.
Hospers: ‘Mensen willen vaak allerlei ingewikkelde behandelingen wel ondergaan, maar het is soms heel moeilijk om het simpele te doen.” Daarbij valt het niet mee mensen geïnteresseerd te krijgen voor onderzoek waarin een actieve verandering wordt verwacht. ‘Als je zo’n diagnose hebt, komt er al zoveel op je af. Niet iedereen is er toe in staat aanpassingen te doen, die ook invloed kunnen hebben op de rest van je gezin.’
Bovendien toonde het promotieonderzoek van Bolte slechts een associatie aan tussen dieet, darmmicrobioom en de effectiviteit van de immuuntherapie. Zonder bewijs uit interventiestudies bleef de mogelijkheid bestaan dat dit verband op toeval berust. Zo’n interventiestudie was op dat moment gaande in het MD Anderson Cancer Center – Houston, Texas – en daarvan zijn de laatste resultaten nu bekend.
DIET
Naam van de studie is de DIET. (Diet and Immune Effects Trial)Door loting werden 45 mannen en vrouwen met gevorderd melanoom in een verhouding van twee tot één aangewezen om naast hun ICI-behandeling tien weken lang een gezond dieet met extra veel vezels te eten, of een eveneens gezond dieet met ongeveer de helft minder vezels.
Tijdens jaarlijkse vergadering van de American Association for Cancer Research, vorige week in San Diego lieten de onderzoekers zien welke veranderingen dat op immunologisch gebied teweeg bracht. Na vijf tot acht weken hadden de vezelrijke eters vergeleken met de controlegroep duidelijk minder macrofagen, neutrofielen, monocyten en dendritische cellen in hun bloed. Daarbij waren hun T-cellen en geheugen T-cellen actiever.
Dat deze effect uit de darm afkomstig waren, is duidelijk omdat proefdieren die de ontlasting getransplanteerd kregen, soortgelijke reacties vertoonden. Inclusief een verbeterde respons op de immuuntherapie.
Over die betere respons op de therapie hadden de onderzoekers eerder al gepubliceerd in Journal of Clinical Oncology. ‘Onze studie suggereert potentiële voordelen van een hoog-vezeldieet op klinische uitkomsten en toxiciteit bij immuuntherapie. Wat nader onderzoek rechtvaardigt in fase III-studies met voldoende statistische kracht voor ziekte-uitkomsten’, concluderen ze.
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
