Aan het roer

Als je kanker krijgt, word – als je niet uitkijkt – je leven je uit je handen getrokken. Door de kanker, die van binnen aan je vreet. En die de boel overneemt, je leven inpikt, tot de dood erop volgt. Door het ziekenhuis, die een batterij aan onderzoeken en afspraken voor je uitzet. Tot je alleen nog maar patiënt bent. Dat gebeurt er als je niet uitkijkt. Het is belangrijk om op de een of andere manier zèlf aan het roer te blijven staan. Zèlf keuzes te blijven maken.

In de jaren dat de kanker in mijn leven is, hebben verschillende vriendinnen en collega’s bij me aan de bel getrokken, op het moment dat ook zij een diagnose kregen. ‘Vertel me, hoe ging dat, wat staat me te wachten, waar moet ik op letten, wat staat me te doen?’ Ik had dan natuurlijk geen antwoorden, want ieder mens is anders, iedere kanker is anders, ieder ziekteproces, ieder ziekenhuis, ieders situatie is anders.

Ik kan dan wel luisteren. Naar de verhalen, over hoe het ging, hoe ze het ontdekten, wat er gebeurde, wat de dokter zei (of niet zei), welke afschuwelijke onderzoeken ze hebben ondergaan, hoe idioot het voelt om in zo’n MRI-apparaat te liggen, je borst te pas en te onpas te laten ontbloten (want ja, bijna altijd is het borstkanker die de klok luidt), en niet te weten wat er komen gaat.

En ik kan ook vertellen. Hoe het bij mij ging, wat er gebeurde, wat het met me deed, wat me heeft geholpen. Vertellen, waar ik last van had, waar ik houvast zocht, en waar ik onderuit ging. En dan kunnen we samen huilen en lachen. Lachen om de absurde situaties waarin je belandt, en om de vreugde van herkenning. Maar vooral kunnen we samen huilen om de angst, de onzekerheid, de ontreddering en om de onbekendheid.

Ik kan troost bieden door te luisteren en door te vertellen. En door het simpele feit dat ik nog leef, tien én zeven jaar na dato.  Dat geeft de burger moed tenslotte.

Maar ik geloof dat het meest belangrijke dat ik te bieden heb, gaat over zelfregie. Dat ik al die vrouwen (want ja, de borstkanker treft de vrouwen) kan wijzen op het feit dat ze zelf een keuze hebben. Dat ik ze op de een of andere manier kan helpen om weer terug een beetje grip op hun leven te krijgen. Niet doordat ze dan kunnen bepalen wat er gebeurt, want dat kunnen ze niet. Maar door ze weer terug te halen naar de keuzes die ze hebben, door het ziekzijn daarmee een beetje te ‘normaliseren’, door het in het gewone leven te trekken. Want laten we wèl wezen: we hebben ons leven sowieso niet in de hand. Het overkomt je, dag na dag. John Lennon zei het al: ‘Life is what happens to you, when you’re busy making other plans’.  Dus of je nou kanker hebt of niet, of je nou een behandeling krijgt of niet, of je nou gezond gaat eten of niet, je kunt kiezen wat je belangrijk vindt, waar je je aandacht op richt, en waar je wel en niet in mee gaat, in de voorstellen die je gedaan worden. Dan trekt het leven, je eigen leven, weer een beetje naar je toe. Dan wordt het weer jouw leven. En dan leef je weer. Hoe lang het duren zal? Wie het weet mag het zeggen.

Beeld: “File:Prinses Beatrix aan het roer van het koninklijke privé-jacht de Groene Draeck, Bestanddeelnr 925-6438.jpg” by Anefo is marked with CC0 1.0

+4
<< Terug