Er zijn sterke aanwijzingen dat een lage vitamine D-status allesbehalve behulpzaam is bij het doorstaan van darmkanker en de behandeling ervan. Duitse onderzoekers selecteerden 126 mannen en vrouwen die na hun darmkankeroperatie suboptimale vitamine D-waarden hadden. De helft van hen kreeg supplementen, de andere helft een placebo. Wat deed dit met hun ontstekingsmarkers?
Meest in het oog springende resultaat was een bijna 40 procent grotere daling van het interleukine-6 (IL-6) ten opzichte van de placebogroep. Onder de 61 deelnemers in de interventiegroep daalde deze ontstekingsmarker gemiddeld met 54,9 procent, tegen een gemiddelde daling van 18,2 procent in de placebogroep van 65 deelnemers.
In British Journal of Cancer geven de onderzoekers van onder meer het Deutsches Krebsforschungszentrum in Heidelberg een verklaring voor het feit dat de daling die zij bereikten, bijna drie keer hoger uitviel dan een Iraanse klinische studie uit 2020. In tegenstelling tot de Iraanse – en veel andere studies – werden in dit geval patiënten geselecteerd bij wie de hoeveelheid vitamine D3 (25(OH)3) in het bloed lager was dan 60 nmol/L.
Daarbij kregen de deelnemers niet alleen twaalf weken dagelijks 2000 IE (50 mcg.) vitamine D, maar bij aanvang tevens een grote hoeveelheid ineens. De dosering van deze ‘startbolus’ hield rekening met de individuele behoefte; die weer afhing van de hoogte van het tekort, lichaamsgewicht en het vetpercentage. Overgewicht en obesitas beperken namelijk de biologische beschikbaarheid omdat vitamine D vetoplosbaar is.
Deze individuele aanpak leidde tot een duidelijk verschil in de serumwaarden voor vitamine D. Bij aanvang lag die in beide onderzoeksgroepen gemiddeld rond de 25 nmol/L. Na twaalf weken was deze in de onderzoeksgroep naar ongeveer 75 gestegen, terwijl deze in de placebogroep gemiddeld iets onder de 40 bleef.
Vitamine D alternatief voor Tocilizumab
Behalve IL-6 volgde het onderzoek ook de ontwikkeling van twee andere biomarkers die met een slechtere prognose bij darmkanker samenhangen. Deze daalden wel iets, maar niet voldoende om statistisch van belang te zijn. Daarbij ging het om interferon-gamma (IFN-y) en een enzym met de afkorting MMP-1.
IFN-y heeft een dubbelrol; het kan het immuunsysteem stimuleren en kankercellen ertoe brengen zichzelf te doden (apoptose), maar het kan tumorcellen ook helpen aan het immuunsysteem te ontsnappen. Het enzym MMP-1 is nodig bij het vormgeven van weefsels, celmigratie en wondgenezing. Bij artritis en kanker is het enzym vaak overmatig actief.
Het signaaleiwit IL-6 bleek in de vitamine D-groep na twaalf weken dus wel duidelijk verlaagd. Dat is goed nieuws, leggen de onderzoekers uit. ‘IL-6 bevordert ontstekingen en is positief geassocieerd met neoplastische proliferatie, hogere tumorgradering en hogere sterfte bij darmkankerpatiënten.’ Dat het omlaag brengen van IL-6 als een realistische therapeutische strategie geldt, blijkt ook uit de recente toelating in de VS van Tocilizumab, een monoclonale anti-IL6R antilichaam.
‘Vitamine D-suppletie zou een alternatief voor Tocilizumab kunnen zijn, omdat het veel minder negatieve bijwerkingen heeft. Door IL-6 te verlagen zou het een kritische rol kunnen spelen in zowel de modulatie van inflammatie als tumorprogressie, en zodoende in potentie de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven verbeteren.’
Een en ander zou naar de mening van de auteurs tot gevolg moeten hebben dat darmkankerpatiënten routinematig gescreend gaan worden op een inadequate vitamine D-status. Iets wat momenteel nog niet de praktijk is. ‘Aanvullend op de pleiotropische voordelen, waaronder bot- en spiergezondheid, zouden darmkankerpatiënten significante voordelen kunnen putten uit de anti-inflammatoire eigenschappen van vitamine D-suppletie als ondersteunende therapie na de behandeling.’
Beeld: OpenAI
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
