De teelt van bamboe voor bouwmateriaal en biobrandstof is in Europa niet van de grond gekomen. Misschien kunnen we het beter eten. Een team onder leiding van de Anglia Ruskin University doorzocht de wetenschappelijke literatuur op de voedings- en gezondheidswaarde van de snelst groeiende plant ter wereld. Senior-auteur Lee Smith neemt zelfs de term superfood in de mond.
Rond 2010 was er relatief veel aandacht voor de mogelijke rol van bamboe in de ‘biobased’ economie. In de landen waar het veel groeit wordt er mee gebouwd en dat zou in Europa ook kunnen. Die gedachte ligt voor de hand. Want hoewel bamboe plantkundig tot de familie van de grassen behoort, hebben sommige variëteiten de eigenschappen van een boom. De grootste soorten kunnen 35 meter hoog worden, bij een stamdoorsnee van dertig centimeter. En dat terwijl de snelst groeiende soorten dat sneller doen dan de snelst groeiende boom: maar liefst een meter per dag.
We kennen het als sierplant of als steun voor moestuinplanten, schreef Frances Schutte van de Universiteit van Antwerpen in 2010 in de aanloop naar het negende Wereld Bamboe Congres. ‘Maar bamboe heeft mogelijkheden als bron voor onder meer bio-energie, vezelplaten en composietmaterialen.’ Voor de bezitters van een houtkachel en een stukje land spreek het tot de verbeelding: bamboesnippers leveren net zoveel energie als houtsnippers en een hectare bamboe levert per jaar zoveel energie op als 5.000 liter olie. Daar kun je wel een paar woningen CO2-neutraal warm mee houden.
Een analyse, in 2012 uitgevoerd door Wageningen University and Research, ziet kansen in deze richting, maar ook bezwaren. Die zijn voor het gemak op dit A-4’tje samengevat: wat betreft samenstelling lijkt bamboe op andere ‘houtige biomassa’ en kan dankzij de snelle groei dus bruikbaar zijn als grondstof voor bioraffinage om de waardevolle componenten te extraheren ‘zoals suikers, eiwitten en ligine.
In principe kunnen deze raffinageproducten weer als grondstof dienen ‘voor tussen- of eindproducten zoals biolpolymeren, ‘groene’ chemicaliën en biobrandstoffen’. Ander voordeel is de ‘selectieve oogst’, herbeplanting is niet nodig. Het is bovendien een goedkope teelt die veel werkgelegenheid oplevert. Samen met de ecologische voordelen (erosiebestrijding, waterregulering, CO2-opslag) maakt dit bamboe tot ‘een ideale grondstof voor economische ontwikkeling in (derdewereld)landen’.
Het werkgelegenheidsvoordeel van de arbeidsintensieve teelt is een nadeel voor rijke landen als Nederland. Te meer daar er weinig mogelijkheden zijn voor mechanisering. Tel daarbij op dat het transport ‘zeer inefficiënt’ en bamboe na de oogst ‘gevoelig voor bederf’ is (wat de ‘inzetbaarheid voor bulktoepassingen zoals papier’ vermindert) en het wordt duidelijk waarom suikerbieten, aardappelen en mais nog altijd de Europese akkers domineren. Dat zou misschien veranderen als bamboe een superfood was.
‘Een mogelijke superfood’
Lee Smith is professor ‘Publieke Gezondheid’ aan de Anglia Ruskin Univesity (VK) en senior auteur van de eerste systematische literatuurreview ooit over de effecten van bamboeconsumptie op de gezondheid. ‘Onze review toont de duidelijke belofte van bamboe als een mogelijke ‘superfood’’, zegt hij op de website van zijn universiteit. ‘De meerdere gezondheidsvoordelen die wij identificeerden, waaronder het potentieel van bamboe om huidige uitdagingen zoals diabetes en hartziekten te tackelen, zijn waarschijnlijk te danken aan de nutriënten in bamboe en de extracten ervan.’
Smith stelt dat bamboe rijk is aan eiwitten, aminozuren, koolhydraten, mineralen en vitaminen. Studies met mensen toonden bij toevoeging van bamboescheuten aan het dieet, verbeteringen van de suikerhuishouding en de samenstelling van bloedvetten. Ook de darmfunctie verbeterde.
Interessant is de uitkomst van een kleinschalige klinische studie met het kankerverwekkende acrylamide in aardappelchips. Toevoeging van een extract van bamboebladeren, voor een ruim 40 procent lagere aanwezigheid van acrylamide in het lichaam ten opzichte van de placebogroep. Bij de vrouwelijke deelnemers versnelde het extract ook de afbraak van glycidamide – een genotoxisch bijproduct van acrylamide – in het bloed.
Risico’s zijn er ook. Bijvoorbeeld de aanwezigheid in een aantal bamboevariëteiten van glycosiden waaruit het gif cyanide kan vrijkomen. Of de aanwezigheid van stoffen die de werking van de schilklier kunnen verstoren. In gebieden waar mensen veel bamboescheuten eten, komt vaker krop voor. Krop, of struma, is een vergroting van de schildklier. Op zichzelf meestal onschuldig van aard, maar de zwelling kan wel last geven bij het slikken en ademhalen. Overigens worden beide risico’s ondervangen door de rauwe scheuten goed te koken of te stomen.
‘Bamboe wordt in delen van Azië al gewoon gegeten’, zegt Lee Smith, ‘en het heeft een enorm potentieel om een gezonde, duurzame aanvulling van het dieet in de rest van de wereld te zijn – maar het moet correct bereid worden.’ En er is nog iets nodig, meer onderzoek. ‘Er zitten gaten in onze kennis. We konden slechts vier studies met menselijke deelnemers vinden die aan onze criteria voldeden.’
Gewone groente
De titel van Smith’s en collega’s review in Advances in Bamboo Science luidt dan ook ‘Bamboeconsumptie en gezondheidsuitkomsten: een systematische review en oproep tot actie’. Helaas voor de superfoodclaim heeft de studie naar het effect op bloedsuiker weinig om het lijf. Veertig deelnemers met diabetes aten koekjes waar meer of minder bamboescheut aan was toegevoegd. Met de voorspelbare uitkomst dat meer bamboe een lagere glucosepiek tot gevolg had. Bloemkool of amandelen zou net zo goed of beter functioneren.
Aan de tweede en laatste interventiestudie – naar glucose, bloedvetten, lever- en darmwerking – deden slechts zes jonge vrouwen mee. Zij aten zes dagen lang vezelvrije voeding, een dieet waar 25 gram cellulose inzat en een dieet met dagelijks 360 gram bamboescheuten. Vergeleken met het vezelvrije dieet leverde het bamboedieet alleen lagere cholesterolwaarden op. Het kan geen verrassing zijn dat de darmwerking bij bamboe beter was dan bij het vezelvrije dieet en het verrast al helemaal niet dat een dieet met bamboe meer ontlasting opleverde.
Met een verwijzing naar een publicatie die niet in de review is opgenomen claimen de auteurs dat bamboe ‘rijk is aan proteïnen, aminozuren, koolhydraten, mineralen en vitaminen.’ Thiamine (B1), niacine (B3), vitamine A, B6 en E worden met name genoemd. Tabellen met de verschillende nutriënten en antioxidanten en andere plantstoffen geeft de review echter niet.
Een vergelijking met gekookte boerenkool, superfood van eigen bodem, in de NEVO-tabel laat zien dat de jonge uitlopers van bamboe een gewone groente zijn. Vergeleken met bamboescheuten in blik of glas bevat boerenkool van bijna alles meer. Onder andere 7 keer zoveel vezel, dertig procent meer eiwit, een beetje omega 3 (ALA), 7 keer zoveel calcium, meer magnesium en ijzer en vier keer meer vitamine E (2,7 milligram). Inderdaad bevat bamboe wat meer B1 (0,15 mg tegen 0), B3 (0,6 om 0,4 mg) en B6 (0,14 om 0,03 mg). Maar van de vitamine A is volgens deze bron niets te bekennen, terwijl boerenkool daar 350 microgram van bevat.
Deze Wikipediapagina geeft, in het Engels, meer informatie over eetbare soorten en manier om bamboescheuten te bereiden.
Foto Wikimedia, gerecht met bamboescheuten
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
