‘Op basis van het huidige bewijs is het niet mogelijk een definitieve conclusie te trekken over het routinematige gebruik van aspirine om darmkanker te voorkomen.’ Dat concluderen Chinese wetenschappers deze week in een Cohrane review van tien gerandomiseerde klinische studies met bijna 125duizend deelnemers.
Aanwijzingen dat het gebruik van lage doseringen acetylsalicylzuur – merknaam aspirine – na een kankerdiagnose gunstige effecten kan hebben, zijn er al heel lang. Zo lang dat Britse onderzoekers in 2024 stelden dat het gebruik ervan niet alleen ethisch verantwoord is, maar dat artsen hun patiënten actief over deze mogelijkheid zouden moeten informeren. Daarna verscheen onderzoek dat een nieuw werkingsmechanisme onthulde waarlangs aspirine het ontstaan van uitzaaiingen tegenwerkt. En als klap op de vuurpijl kwamen Scandinavische onderzoekers afgelopen herfst met de hoogste vorm van bewijs. In een grote dubbelblinde gerandomiseerde studie rapporteerden zij een maar liefst 58 procent lager risico op uitzaaiingen na darmkanker; bij patiënten met een veel voorkomende mutatie.
Ook mensen met het Lynch syndroom, een aangeboren conditie die zich kenmerkt door overmatige vorming van darmpoliepen, verkleinen hun darmkankerrisico met aspirine.
Maar hoe zit het met nog gezonde mensen, brengt het gebruik van 80 tot 100 milligram aspirine hun risico om vroeg of laat kanker te krijgen ook omlaag? En hoe zit het met de het risico op bijwerkingen? Onderzoekers van Sichuan University – Chengdu, China – brachten de resultaten samen uit tien placebo-gecontroleerde studies van voldoende omvang en kwaliteit. Daarbij keken ze naar het aantal incidenten van en het aantal sterfgevallen aan colorectale kanker.
Wat dat eerste betreft, hadden de aspirinegroepen de eerste vijftien jaar geen voordeel. Pas na die periode was er een risicoverlaging van gemiddeld 22 procent. Maar dat was terug te voeren op slechts drie studies met bij elkaar 47 deelnemers; waarbij de onderzoekers het bewijs als van ‘zeer lage zekerheid’ beoordelen.
In lijn daarmee en met dezelfde ‘zeer lage zekerheid’ was het overlijdensrisico na deze periode: 28 procent lager. Maar daar staat één studie tegenover met een korte opvolgduur die juist op een gemiddeld 77 procent hoger risico uitkomt. ‘Onze bevindingen maken complexe, tijdsafhankelijke preventieve effecten zichtbaar en bedenkingen over potentiële schade die artsen en patiënten moeten afwegen.’
Werking versus bijwerking
Want hoewel aspirine geen effect had op het optreden van ‘ernstige negatieve gebeurtenissen’ – denk aan hersen- en maagbloedingen – vergroot het gebruik van aspirine met ‘hoge waarschijnlijkheid’ het risico op ‘extracraniële bloedingen’. Dat zijn bloedingen buiten de schedel. Daarbij komt een ‘waarschijnlijk’ verhoogd risico op hersenbloedingen.
‘Mijn grootste zorg is dat mensen zouden aannemen dat als je vandaag aspirine neemt, je morgen beschermd bent tegen kanker’, zegt een van de auteurs in een begeleidend schrijven. ‘In werkelijk heeft enig beschermend effect meer dan een decennium nodig om op te treden, als het al optreedt – terwijl het risico op bloedingen onmiddellijk begint.’ Een eenvoudig ja of nee tegen aspirine is volgens de onderzoekers niet mogelijk. Ze dringen er op aan dat mensen niet uit eigen beweging aspirine gaan slikken vanuit de gedachte ‘baat het niet dan schaadt het niet’, maar eerst met een medisch deskundige spreken over hun persoonlijke risico op bloedingen.
Sterfterisico in perspectief
Over die ene studie die een hoger overlijdensrisico zag, berichtte MMV vijf jaar geleden. Het gaat om een Amerikaans/Australisch cohort van een kleine twintigduizend mannen en vrouwen van zeventig jaar en ouder. Na een gemiddelde (mediaan) opvolgduur van 4,7 jaar werden in beide groepen nagenoeg evenveel deelnemers met darmkanker gediagnosticeerd: 139 in de aspirinegroep en 137 in de controlegroep. Aan darmkanker stierven er 35 met aspirine tegen 20 met placebo. Dat leverde een sterfterisico (Harzard Ratio) van 77 procent op.
Dit cijfer zou waarschijnlijk niet in de Cochrane review zijn opgedoken als de auteurs hun zoektocht in de literatuur een jaartje later waren begonnen. Eind vorige maand publiceerden onderzoekers van Monash University in JAMA Oncology opnieuw over dit cohort. In de vijf jaar na beëindiging van de studieperiode bleek het verhoogde sterfterisico in de aspirinegroep te zijn verdwenen.
Aangezien er ook geen voordeel was, stellen de auteurs: ‘De resultaten van deze studie suggereren dat het starten van een meerjarige aspirinestrategie voor de preventie van kanker in oudere volwassenen niet is aan te bevelen.’
Foto: Pietro Izzo
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
