Cannabisonderzoek focust op risico’s en misbruik

Het overgrote deel van het geld voor onderzoek naar cannabis, is uitgetrokken voor studies naar de risico’s en naar het tegengaan van recreatief gebruik. Dat hindert onderzoek naar de therapeutische potenties van de plant. ‘Het is moeilijk dat te doorbreken.’

Vanaf de eeuwwisseling tot en met 2019 is door de Verenigde Staten, Canada en Groot Brittannië 1,56 miljard dollar aan cannabisonderzoek uitgeven. De helft daarvan financierde studies naar de mogelijke schade die recreatief gebruik kan aanrichtten. Met één miljard dollar, bepaalde het Amerikaanse Nationale Instituut on Drugsmisbruik (NIDA) het grootste deel van de onderzoekagenda.

‘Het overheidsbudget is een politiek statement over wat we als maatschappij waarderen’, citeert Science Magazine Daniel Mallinson, die aan de Pennsylvania State University onderzoek doet naar cannabisbeleid. De cijfers bevestigen ‘verhalen uit de wandelgangen’, dat de overheidssubsidies naar onderzoek gaan die zich richten op de gevaren, zegt Daniela Vergara die aan de universiteit van Colorado onderzoek doet naar het genoom van cannabis.

Twintig tegen één

Mallinson en Vergara reageren op een analyse van ruim drieduizend toegekende subsidies door vijftig overheidsinstanties en liefdadigheidsinstellingen zoals Canada’s Arthritis Society. Groot Brittannië besteedde in negentien jaar veertig miljoen dollar op grotendeels dezelfde wijze als de VS. Canada – 32,2 miljoen dollar – legt de nadruk op onderzoek naar het lichaamseigen endocannabinoïde systeem. Waarin door het lichaam geproduceerde cannabinoïden aan bijhorende receptoren binden.

De gebruikte database laat over de laatste jaren een duidelijk stijging zien van de beschikbare budgetten. Het Amerikaanse National Institutes of Health (NIH), dat meer dan negentig procent van het geld verdeelde, voerde de investeringen op van 35 miljoen dollar in 2000 naar bijna 140 miljoen in 2018. Daarmee kreeg het onderzoek naar therapeutische effecten weliswaar een impuls, maar de financiering van onderzoek naar de risico’s groeide twintig keer sneller.

Nuttelozer dan cocaïne?

Wat het onderzoek naar de geneeskrachtige dimensie van cannabis ernstig hindert, is de classificatie als drugs. Bij de Amerikaanse drugswaakhond DEA staat het op de ‘Schedule I-lijst’, tussen heroïne, LSD en ecstasy. Ook andere natuurlijke middelen als mescaline (cactus), psilocybine (paddenstoel) en qat (bladeren) delen dit lot. Lijst I definieert ze als stoffen ‘zonder geaccepteerd medisch nut en met een hoog risico op misbruik’.

Daniel Mallinson wijst er op dat het gebrek aan geld voor onderzoek het gevolg is van een vicieuze cirkel. Doordat cannabis op lijst I staat, zijn de mogelijkheden voor onderzoek beperkt en daardoor lukt het niet voldoende bewijsmateriaal te verzamelen om op lijst II te komen. ‘Het is moeilijk dat te doorbreken.’

De substanties op lijst twee leveren eveneens een hoog risico op misbruik en het gebruik ervan kan leiden tot ‘ernstige psychische of fysieke afhankelijkheid’. Maar er is wel een geaccepteerd medisch nut. Op deze lijst staan onder meer cocaïne, metamfetamine, oxycodon (OxyContin) en Ritalin. Ter illustratie, voorbeelden van medicijnen op lijst IV zijn benzodiazepines als valium, Xanax, Lorazepam en opioïden als Tramadol. Moderne psychofarmaca acht de DEA niet psychisch of fysiek verslavend.

Niet de hele plant

Van 34 miljoen dollar die de drie landen in 2018 uitgaven aan onderzoek naar medische therapieën, werd veruit het meeste besteed aan studies naar geïsoleerde cannabinoïden. Dat komt aan de kant omdat dat het eenvoudigweg praktischer is om met standaard componenten te werken, vermoedt Daniela Vergara.

Daar komt bij dat het moeilijk is overheidstoestemming te krijgen voor onderzoek met hele planten, voegt Vergara daar aan toe. In de VS is de universiteit van Mississippi momenteel de enige legale producent van cannabis voor onderzoek. En de planten die zij kweken zijn minder potent dan de ‘recreatieve’ cannabis.

Beeld: “Cannabis” by DonGoofy is licensed under CC BY 2.0

0
<< Terug