Effect lockdown: werden we meer onszelf?

Mensen met aanleg voor alcoholconsumptie hadden het meeste last van de horecasluitingen, mensen met een aanleg voor depressie rapporteerden meer vermoeidheid en mensen met aanleg voor neurotisch gedrag ervaarden vaker angst voor vaccinaties. De coronabeperkingen vergrootten de erfelijke invloed op het gedrag, concluderen Groningse wetenschappers na een jaar Lifelines Corona-onderzoek.

Lifelines is een langlopend bevolkingsonderzoek onder 167duizend mensen uit voornamelijk Noord-Nederland. Bij aanmelding, tussen 2006 en 2013, waren de deelnemers in de leeftijd van nul tot 92  zich tussen 2006 en 2013 168duizend Nederlanders aangemeld, in de leeftijd van nul tot 93 jaar. De deelnemers beantwoorden om de anderhalf jaar vragen, onder andere over hun gezondheid en leefstijl, en komen elke vijf jaar langs voor een fysiek onderzoek.

Van een subgroep zijn zogeheten biomaterialen verzameld. Zoals bloed, urine, ontlasting en DNA-data. Deze zijn voor onderzoek toegankelijk via de Lifelines Biobank. Het project is opgezet onder leiding van het Universitair Medische Centrum Groningen (UMCG). Samen met de Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt het UMCG sinds een jaar het effect van de pandemie en alles daaromheem op dertigduizend Lifeline-deelnemers. Dat gebeurde via de website coronabarometer.nl.

Aanleg en omgeving

Uit het verloop van de antwoorden op de negentien opeenvolgende vragenlijsten pikten de onderzoekers een algemene trend op: namelijk dat de ervaren kwaliteit van leven bij alle deelnemers in de loop van de pandemie afnam. Binnen die trend zagen onderzoekers verschillen die hun beeld over de erfelijkheid van gedrag bevestigden.

‘Doordat de coronacrisis en sociale isolatie zo lang duurde, raakten mensen steeds meer op zichzelf aangewezen’, zegt Lude Franke, hoogleraar genetica op de website van de universiteit. ‘Ons onderzoek laat zien dat de genetische invloed tijdens de coronacrisis steeds sterker is geworden.’

Volgens de onderzoekers valt uit het erfelijke materiaal van de deelnemers een vergrote kans voor bepaald gedrag af te leiden. Door de beperkende coronamaatregelen kreeg dat meer ruimte. Behalve de eerder genoemde voorbeelden, noemen aanleg voor risicovol gedrag. Deelnemers die in november plannen maakten voor de wintersport hadden vaker een aanleg voor risicovol gedrag. Mensen die van nature tevreden met het leven waren behielden een betere stemming dan van nature meer ontevreden deelnemers. Aanleg voor intelligentie ging samen met minder handen geven en met minder vaak wassen.

Kanttekening

Franke plaatst een belangrijke kanttekening bij de bevindingen: ‘De invloed van omgevingsfactoren is nog altijd veel groter (dan die van de genen, red.)’ Het persbericht spreek alleen over het welbevinden van de deelnemers. De rol van de genen is bij overgewicht meer uitgesproken dan bij schizofrenie/psychose. Het onderzoekartikel is als preprint vanaf coronabarometer.nl te downloaden.

Daar valt onder meer te lezen dat de deelnemers gemiddeld een BMI van 26 hadden. En dat de ‘polygentische score’ voor overgewicht statistisch het meest significant bleek. Met andere woorden mensen met aanleg om dik te worden, verzamelden de meeste coronakilo’s.

“Lekker lui” by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

MMV selecteert wekelijks het nieuws over voeding, kanker en gezondheid. Schrijf je hier in voor onze gratis nieuwsbrief.

<< Terug