Historische vitamine C-studie gecorrigeerd

Hoeveel vitamine C is minimaal nodig om scheurbuik te voorkomen en te genezen? De ‘scheurbuikstudie’ die in 1944 begon, gaf het antwoord: heel erg weinig. Tot op de dag van vandaag baseert de WHO haar aanbeveling deels op deze experimenten. Her-analyse van de oorspronkelijke data rechtvaardigt echter meer dan een verdubbeling van het WHO-advies, concluderen Amerikaanse wetenschappers.

Wereldwijd bestaan aanzienlijke verschillen in de dagelijks aanbevolen hoeveelheden vitamine C. Wereldgezondheidsorganisatie WHO adviseert volwassenen 45 milligram (mg) per dag. In de VS maken de gezondheidsautoriteiten onderscheid naar geslacht en behoefte: 90 mg voor mannen en 75 voor vrouwen, maar voor zogende vrouwen ligt de aanbeveling ruim vijftig procent hoger. Rokers krijgen in de VS het advies dagelijks 35 milligram vitamine C extra in te nemen.

De Europese aanbevelingen komen nog iets hoger uit: 110 mg voor mannen, 95 mg voor vrouwen en 155 mg wanneer ze borstvoeding geven. Binnen Europa adviseren de nationale gezondheidsautoriteiten verschillend. Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland bijvoorbeeld nemen de aanbevelingen van de ESFA in grote lijnen over. Het opvallendste verschil zit hem daar in het advies voor zogende vrouwen: 125 in plaats van 155 milligram.

In Nederland communiceert het Voedingscentrum de richtlijnen van de Gezondheidsraad. Die oordeelt dat 75 milligram voldoende is voor zowel mannen als vrouwen. Geven vrouwen borstvoeding dan zou 100 milligram vitamine C volstaan.

Tweede Wereldoorlog

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog varieerden de schattingen over de dagelijks benodigde hoeveelheid. Met dit verschil dat de bandbreedte een stuk lager lag. In Amerika beval het Food and Nutrition Board 75 milligram aan. De voorloper van het WHO hield het op 30 milligram en sommige autoriteiten stelden het minimum daar ver onder vast, schrijft Hans Adolf Krebs aan het begin van zijn verslag over de baanbrekende studie ‘The Sheffield Experiment on the Vitamin C Requirement of Human Adults’.

Onder de voedselschaarste die de oorlog met zich meebracht, groeide de behoefte aan wetenschappelijke onderbouwde richtlijnen voor de minimale dagelijkse inname van calorieën en essentiële micronutriënten. Het onderzoek naar het antioxidant dat scheurbuik voorkomt, werd gedaan met twintig jonge, gezonde vrijwilligers. Op een na allemaal mannen, hoofdzakelijk gewetensbezwaarden. In plaats van op oorlogspad te gaan, boden zij zich aan voor een missie die evenzogoed gevaarlijk was.

Scheurbuik is een conditie waarin er te weinig vitamine C beschikbaar is om collageen te vormen. Collageen is noodzakelijk voor wondherstel en ook voor de gezondheid van bloedvaten. De symptomen van een ernstig tekort zijn ontstoken haarzakjes, bloeduitstortingen, bloedend tandvlees en een sterk verminderde wondgenezing. Uit historische bronnen was bekend dat zeelieden met scheurbuik na fysieke arbeid dood neer konden vallen, ook verkeerden ze in redelijke conditie.  

Dat was precies wat in Sheffield bijna gebeurde. Twee van de zeven proefpersonen die door het lot waren toegedeeld aan de vitamineloze groep kregen een hartaanval. De proefpersonen in alle drie de onderzoeksgroepen werden snijwonden toegebracht. Uit het al dan niet herstellen van deze wonden en het verschijnen en verdwijnen van de scheurbuik symptomen, leidden Hans Krebs en zijn medewerkers af dat tien milligram vitamine C volstond. Voor de zekerheid adviseerden zij een dagelijkse inname van dertig milligram.

WHO nalatig

‘Choquerend’, noemt Philippe Hujoel de studie op de website van de Universiteit van Washington. ‘Ze putten mensen hun vitamine C-voorraad uit over een lange periode en creëerden levensbedreigende noodgevallen. Dergelijk onderzoek zou tegenwoordig nooit van de grond komen.’ Hujoel is tandarts, epidemioloog en professor aan Universiteit van Washington. Samen met Margaux Hujoel die als wetenschapper verbonden is aan onder meer Harvard, dook hij in de oorspronkelijke onderzoeksgegevens.

Bij de analyse ervan gebruikten zij statische technieken die speciaal ontwikkeld zijn voor de interpretatie van zeer kleine dataverzamelingen. Deze statistische instrumenten bestonden ten tijde van de studie niet en de Hujoels bekritiseren de WHO voor het feit dat deze naliet ze te benutten op het moment dat ze beschikbaar kwamen. De studie uit de jaren veertig is als hoeksteen gebruikt om gezonde vitamine C-niveaus in mensen vast te stellen.

In de American Journal of Clinical Nutrition – samenvatting – stellen ze dat de nalatigheid ‘tot een misleidend verhaal kan hebben geleid over welke dosis vitamine C nodig is voor de preventie en behandeling van collageen-gerelateerde gezondheidsproblemen.’ Revaluatie van de oorspronkelijke data met gebruik van nieuwe statische technieken brengt hen tot de conclusie dat de WHO’s huidige 45 milligram meer dan verdubbeld moet worden.

Ze leiden dat af uit de trekkracht van het littekenweefsel onder de proefpersonen van Hans Krebs. ‘Gemiddeld is dagelijkse inname van 95 milligram vitamine C vereist om zwakkere littekenkracht te voorkomen 97,5 procent van de bevolking.’ De onderzoeksgroep die destijds met tien milligram uitkwam, had volgens de auteurs bij nadere beschouwing 42 procent zwakkere littekens dan de controlegroep die op zeventig milligram zat.

Bovendien bleek dat de groep waarin de proefpersonen scheurbuik kregen, niet optimaal herstelden met een suppletie van dagelijks 65 milligram vitamine C. Meer dan een half jaar na beëindiging van de studie waren hun littekens 49 procent zwakker dan die uit de controlegroep.

MMV selecteert wekelijks het nieuws over voeding, kanker en gezondheid. Schrijf je hier in voor onze gratis nieuwsbrief.

<< Terug