In een cirkel ronddraaien

Gisteren sprak ik met een vriendin over het wonderlijke fenomeen dat je tijdsbeleving anders wordt, in deze coronatijd. Het leven heeft een soort monotone tred gekregen, met minder afwisseling, en weinig markeerpunten. Daardoor verdwijnt je gevoel van ‘wanneer’. 

Misschien verdwijnt het niet zozeer, maar moet je leren om dat aan andere markeerpunten op te hangen. Minder aan eigen belevenissen, maar meer aan omgevingsfactoren, zoals de seizoenen. Zo kom je als vanzelf in een meer cyclische tijdsbeleving. 

Die cyclus herken ik ook uit het patiënt-zijn, dat volgt ná de eerste storm van behandelingen. Als de grootste hectiek voorbij is, en de ergste bijwerkingen, komt er een soort ritme in de ziekenhuisbezoeken, die zich beperken tot ‘controles’. De tijd tussen de periodieke controles wordt langer (eerst eens per drie maanden, dan eens per half jaar, nu nog eens per jaar), daarmee bouw je minder vaak spanning op, en wordt de opgebouwde spanning ook minder groot. Als er weer een controle aankomt, weet ik; ‘oja, weer een jaar voorbij’. Maar hoeveel jaar in totaal, sinds ik ziek werd, daarvoor moet ik inmiddels een rekensommetje doen.  Zo dooft het langzaam uit. Zo zou ik zeggen dat de tijd van het patiënt-zijn eerder langzaam verdwijnt, dan dat die voorbij gaat. Als de kringen in de vijver, als er een steen in gegooid is. Eerst dicht op elkaar en hoog, en langzaam wijder en lager.

‘Kom voor de zekerheid maar even langs’

Als ik terugdenk aan de periode van de behandelingen zelf, dan is er helemáál geen gevoel van een cyclus, maar van een soort chaotische opeenstapeling van gebeurtenissen, die over elkaar heen buitelen. Tijd gaat daar veel meer over het gevoel: ‘heb ik de kans om op adem te komen’: kan ik een volgende opname, behandeling, ziekenhuisbezoek, onverwachte calamiteit al aan, of is het te veel, te snel achter elkaar?  Ik weet niet meer hoe lang alles duurde, maar ik herinner me nog heel goed de opeenvolging en opeenstapeling van gebeurtenissen (van onderzoeken, diagnose, uitslaggesprekken, chemo, allergische reactie, trombose-arm, operatie, herceptin, nog een operatie, etc. etc). Wéér onverwacht bij de eerste hulp zitten, omdat je hart op hol lijkt te zijn geslagen, en wéér die twijfel of je zult bellen met een andere klacht omdat je weet dat ze zullen zeggen: ‘kom voor de zekerheid maar even langs’. En dan moet iemand anders je kinderen van school halen, je man zijn afspraken afzeggen, gaat de wikkeltherapie niet door, en ligt je dagelijkse routine in puin. Wéér schakelen, met een gevoel van urgentie, en daarmee haast.

Tegelijk, daar dwars doorheen, is er een gevoel van rust en kalmte. Zeker als ik terug denk aan de chemoperiode, die net als deze corona tijd, een soort monotone tred had, met een kort cyclische omwenteling, overheerst – met uitzondering van die paar onverwachte erupties – een gevoel van sereniteit . Je kreeg chemo, was een paar dagen beroerd, krabbelde weer op en bereidde je voor op de volgende portie. Intussen had ik fysiotherapie, ‘wikkeltherapie’, en had ik een dagelijkse routine, van mediteren, wandelen, lekkere (gezonde!) lunchhapjes voor mezelf maken, een middagdutje en – in de goede dagen- een paar uurtjes werken op een dag.  Het was gek genoeg ook wel een fijne tijd, waarin ik het in mijn eigen kringetje, best goed had met mezelf. Daar is die cirkel weer!

Alsof de voorspelbaarheid van het leven zich vormt tot een kring, en de onverwachte dingen een rechte lijn vormen.

0
<< Terug