Jong geleerd: 2 procent kinderen eet optimaal

Een langlopende studie onder Amsterdamse kinderen toont dat een gezondere leefstijl op jonge leeftijd, een betere hartgezondheid voorspelt. Slechts twee procent van de kinderen voldeed aan normen van een gezond dieet. ‘De richtlijn is vrij streng. We discussiëren er over of we de norm misschien aan moeten passen.’

Dit voorjaar publiceerden onderzoekers van Amersterdam UMC in twee artikelen resultaten van de ABCD-studie (Amsterdam Born Children and their Develment). Een langlopend cohortonderzoek onder duizenden Amsterdamse kinderen. Een kleine duizend van hen leverden voldoende informatie op om wetenschappelijk verantwoorde conclusies uit de trekken.

Rond hun elfde jaar scoorden de kinderen die zes jaar eerder het beste afstaken qua leefstijl, hoger op enkele uitkomsten die een betere (hart)gezondheid op latere leeftijd voorspellen. De studie die vooral naar de voedingsgewoonten keek, noteert voor de beter etende kinderen: een centimeter kleinere buikomvang, een paar punten lagere bloeddruk en lagere (0,20 mmol/L) triglyceriden in het bloed.

Een tweede studie keek naar 1.666 kinderen uit het ABCD-cohort. Aan de hand van zelf gerapporteerde gedrags- en leefstijlindicatoren berekenden de onderzoekers IHC-scores (Ideale Cardiovasculaire gezondHeid). Op vijf- tot zesjarige leeftijd scoorde 11 procent ‘slecht’, 56 procent ‘gemiddeld en 33 procent ‘goed’. Zes jaar later werd dit herhaald en gerelateerd aan fysieke metingen.

Daaruit kwam eenzelfde beeld naar voren als uit de eerste studie. Een hogere IHC-score hing sterk samen met een lager totaal cholesterol, lagere bloeddruk en gewicht – uitgedrukt in BMI. De oorspronkelijke score bleek sterk voorspellend voor het cholesterol en de BMI.

Onhaalbare voedingsnormen?

In de eerste studie legden de onderzoekers de informatie uit de voedselvragenlijsten langs twee meetlatten. De internationaal bekende van de American Heart Association: DASH – overigens exclusief zout. Deze meetlat loopt van 8, zeer slecht, tot 35 (zeer goed). Het tekent de voedingsstatus dat de kinderen niet zoals gebruikelijk in vier kwartielen zijn ingedeeld, maar dat er twee groepen zijn geformeerd. Het eerste kwartiel met een gemiddelde score van 15 en de rest die gemiddeld niet verder kwam dan 21 punten.

Langs de andere meetlat, de Nederlandse Child Diet Quality Score (CDQS), lieten de eetgewoonten ongeveer een zelfde beeld zien. De schaal loopt van nul naar tien. Het eerste kwartiel, met de kwalitatief slechtste eters, scoorde drie punten. Ook kwartielen twee tot en met vier haalden met een gemiddelde 4,7 een onvoldoende. Alleen de 171 kinderen in het vijfde kwartiel haalden gemiddeld een zesje.

Alleen bij hoge uitzondering hielden kinderen een voedingspatroon aan dat de kwalificatie ‘gezond’ verdiende. Twee procent om precies te zijn. ‘De richtlijn is vrij streng’, zegt mede-auteur Tanja Vrijkotte, epidemioloog, op de website van het AMC. ‘Het is voor kinderen en hun ouders demotiverend om te horen dat ze te weinig groente en dergelijke eten. We discussiëren er over of we de norm misschien moeten aanpassen. Maar in aanpassing schuilt het gevaar dat mensen zich nog minder aan de norm gaan houden.’

Ouders stellen de norm

De genoemde voedingsnormen voor schoolkinderen vertonen grote gelijkenis met de richtlijnen van de Gezondheidsraad. De CDQS bijvoorbeeld geeft minimum en maximum hoeveelheden voor tien categorieën. Dagelijks minimaal 150 gram fruit, 125 gram groenten, 90 gram volkoren granen, 15 gram noten 300 gram zuivel, dertig gram olieën en/of zachte vetten. Wekelijks minimaal 55 gram vis en 84 gram peulvruchten. Beperkingen gelden voor suikerwater (dagelijks maximaal 150 gram) en bewerkt vlees. Daarvan zouden kinderen wekelijks niet meer dan 250 gram moeten eten.

In een recent opgestarte campagne kiest het ‘Nationaal actieplan groenten en fruit’ ervoor de voedselnormen te propageren. In onderstaande video richt kinderarts Koen Joosten zich tot, aanstaande, ouders. In tien minuten krijgen de kijkers een situatieschets van de huidige voedingstekorten, de problemen die daar op dit moment uit voortvloeien en wat er voor nodig is kinderen dit te besparen.

In het kort: vader en moeder eten minstens veertig dagen voor de conceptie volop groenten en fruit. De foetus kent vanaf de baarmoeder niet anders en dat gaat zo door via de moedermelk en de eerste groentehapjes. Twee keer duizend dagen voor enige junkfood kans krijgt de smaak voorgoed te verknoeien. Joosten geeft ook wetenschappelijk onderbouwde tips om eigengereide dreumesen te overtuigen: geen appelmoes over de spuitjes maar blijven aanbieden. De vrolijke aanhouder wint. En slapen, heel veel slapen.

MMV selecteert wekelijks het nieuws over voeding, kanker en gezondheid. Schrijf je hier in voor onze gratis nieuwsbrief.

<< Terug