Nederlanders krijgen bovengemiddeld vaak kanker

Van alle 27 EU-landen krijgen alleen Denen en Ieren vaker kanker dan Nederlanders. De incidentie van slokdarmkanker ligt in ons land bijna 250 procent boven het Europese gemiddelde. Dat blijkt uit het European Cancer Information System (ECIS) van de Europese Commissie.

Hoewel het aantal mensen dat jaarlijks met slokdarmkanker gediagnosticeerd wordt flink gestegen is – van 1.750 aan het begin van de eeuw naar 2.700 vijftien jaar later – heeft Nederland zijn derde plek vooral te danken aan melanoom, darm- en borstkanker. Melanomen komen onder Nederlanders ruim twee keer zo vaak voor. De sterfte aan deze gevaarlijke vorm van huidkanker ligt ruim anderhalf keer hoger dan het Europese gemiddelde.

De toename van het aantal patiënten met melanoom is sinds de eeuwwisseling bijna verdriedubbeld, van 2.500 naar 7.000 diagnoses. Darmkanker (circa 17.000 gevallen in 2019) komt in Nederland ongeveer veertig procent vaker aan het licht en borstkanker (15.000 gevallen in 2019) circa 25 procent vaker dan gemiddeld in Europa.

Mogelijke oorzaken

‘De verschillen in kankerincidentie worden waarschijnlijk veroorzaakt door verschillen in leefgewoonten en genetische kenmerken’, stelt het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) op de website. Het IKNL is verantwoordelijk voor de Nederlandse kankerregistratie. Het noemt de dominant lichte huidskleur in Nederland als verklarende factor voor de uitschieter bij melanomen en de vroege emancipatiegolf als reden voor het relatieve hoge percentage vrouwen met longkanker.

Die vroege emancipatie ‘in de jaren ’70, toen roken nog heel normaal was, leidde er toe dat ook vrouwen gingen roken.’ Wat ook bijdraagt aan het bovengemiddelde aantal gevallen van slokdarm- en blaaskanker, die met roken samenhangen.

Rood vlees en bewerkte vlees is een risicofactor voor darmkamker, ‘maar hierin lijkt Nederland niet af te wijken van andere landen.’ Het IKNL noemt het bevolkingsonderzoek naar darmkanker ‘deels’ een verklaring.

‘Ook van borstkanker is niet duidelijk waarom het in Nederland vaker voorkomt dan elders.’ Dit omdat bijna alle andere EU-landen net als Nederland een op borstkanker screenen. Ook wat betreft andere geaccepteerde risicofactoren ‘lijkt Nederland niet duidelijk af te wijken van andere West-Europese landen’. De genoemde factoren: erfelijke aanleg, leeftijd waarop vrouwen het eerste kind krijgen, het geven van borstvoeding en alcoholconsumptie.

Voor de hogere incidentie van prostaatkanker onder Nederlandse mannen en de sterfte daaraan, noemt het IKNL geen mogelijke oorzaken.

Betere behandeling

Het IKNL wijst op het feit dat de sterfte in Nederland voor de alle kankersoorten die in Nederland vaker vóórkomen, de verschillen in sterfte minder sterk afwijkt het Europese gemiddelde. ‘Dat is een aanwijzing voor de hoge kwaliteit van zorg, waardoor de diagnose vroeger wordt gesteld en/of de behandeling effectiever is.’

Voorbeelden daarvan zijn zaadbal- en peniskanker. Deze relatief zeldzame soorten, komen in Nederland bovengemiddeld vaak aan het licht, maar de sterfte eraan ligt duidelijk beneden het Europese gemiddelde. De goede positie bij zaadbalkanker (jaarlijks ruim 700 gevallen) is mede te danken aan het onderzoekswerk van Hans Stoop. De sinds jaren bij het ledenmagazine Uitzicht betrokken kankeronderzoeker droeg bij aan een sterk verbeterde vroegdiagnostiek. Dat begon met deze publicatie.

Omgekeerd komt helaas ook voor:  Nederland heeft een lagere incidentie van eierstokkanker, terwijl Nederlandse vrouwen er bovengemiddeld vaak aan komen te overlijden.

Beeld: “Beratungsgespräch beim Arzt” by tuv_sud is licensed under CC BY-ND 2.0

0
<< Terug