Eetonderzoek met 180 Nederlanders kon zoetekauwen niet van hun zoete voorkeur afbrengen. In navolging van de WHO adviseren veel nationale gezondheidsautoriteiten om minder zoet te eten. Dat zou onder meer voorkomen dat mensen een zoete smaak ontwikkelen en te dik worden. De onderzoekers vinden dat dit advies overboord kan. Probleem is wel dat de studie door de voedingsindustrie gefinancierd is.
In 2023 nam de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelling tegen het gebruik van ‘niet-suikerhoudende’ zoetstoffen. Vrije suikers vervangen door zoetstoffen, helpt op de lange duur niet het gewicht onder controle houden of te krijgen. Daarbij suggereerde de literatuurstudie waar de WHO haar aanbeveling op baseerde, dat het langdurig gebruik van zoetstoffen het risico verhoogt op diabetes type 2, hart- en vaatziekten en overlijden.
‘Minder zoet leren eten’
‘Het is nodig dat mensen andere manieren overwegen om hun inname van vrije suikers terug te brengen’, zei Francesco Branca, directeur Voeding en Voedselveiligheid bij de WHO, bij de openbaarmaking van het advies. ‘Bijvoorbeeld door voedsel te eten waar van nature suiker in voorkomt, zoals fruit, of door ongezoete voeding en dranken te nuttigen.’ Branco benadrukte het feit dat kunstmatige zoetstoffen geen voedingswaarde hebben en geen essentiële bouwstenen in het dieet zijn. ‘Mensen zouden over het algemeen – en al vroeg in het leven – minder zoet moeten leren eten om hun hun gezondheid te verbeteren.’
De opstelling van de WHO gaat recht tegen het belang van de voedingsmiddelenindustrie in. Want die is, door de toenemende druk om het suikergehalte in de producten terug te brengen, steeds afhankelijker van zoetstoffen om de smaak van hun producten op peil te houden. De in december in The American Journal of Clinical Nutrition gepubliceerde, door Wageningen Universiteit en Research (WUR) uitgevoerde studie gaat nadrukkelijk in tegen wat de auteurs vrij vertaald ‘de zoetekauwhypothese’ noemen.
De zoetekauwhypothese
De logica achter het WHO-advies uit 2023, zo schrijven de wetenschappers uit Wageningen en Bournemouth (VK), stoelt op de aanname dat regelmatige blootstelling aan zoete smaken de trek vergroot. Wat leidt tot een hogere suiker- en calorie-inname en uiteindelijk tot een hoger lichaamsgewicht. Dat zou zo zijn ongeacht of de zoete smaak afkomstig is van suiker, zoetstoffen of natuurlijke bronnen.
‘Sommige publieke gezondheidsorganisaties geven deze verklaring expliciet, Health Canada (2025): ‘regelmatig voedsel eten dat zoet smaakt kan tot een voorkeur voor zoet voedsel leiden’. In het Verenigd Koninkrijk stelt de National Health Service: ‘Zelfs laagcalorische en dranken zonder toegevoegde suikers kunnen kinderen aanmoedigen een zoete smaak te ontwikkelen.’
De WUR-studie bevestigt de hypothese van de onderzoekers dat de blootstelling aan meer of minder zoet eten en drinken, geen invloed heeft op de voorkeur voor zoet. ‘Onze bevindingen zijn in directe tegenspraak met de aannames die veel publieke gezondheidsorganisaties doen. De uitkomsten suggereren dat, hoewel overgewicht wereldwijd een zorg voor de volksgezondheid blijft, het onwaarschijnlijk is dat bovenmatige energie-inname beïnvloed wordt door het advies om blootstelling aan zoete smaken te verminderen. Wij wijzen de zoetekauwhypothese voor overgewicht en obesitas af.’
Gesponsord onderzoek
Daarmee schopte de Wageningse studie het tot ‘Industrie-beïnvloede studie van de week’ in Food Politics; de blog van de Marion Nestle, de grijze eminentie van de Amerikaanse voedingswetenschap. Vier van de negen auteurs ontvingen of ontvangen nog altijd vergoedingen van een keur aan multinationale voedingsbedrijven en belangenorganisaties. Waaronder Cosun (opvolger van de CSM suikerunie), Coca Cola Company en PepsiCo.
Met name de twee corresponderende auteurs onderhouden warme banden met de industrie. Professor Katharine Appleton deed onder meer onderzoek dat gefinancierd werd door de International Sweeteners Association en professor Kees de Graaf is lid van een adviesraad van Mars Company en ontving reis-, verblijf en sprekersvergoedingen van de International Sweeteners Association en van ILSI, een door de voedingsindustrie (en in de jaren tachtig en negentig ook door de tabaksindustrie) gesponsord internationaal wetenschappelijk instituut.
De financiering voor ‘the sweet tooth project’, waaronder deze studie valt, komt voor rekening van American Beverage Association, Apura Ingredients, Arla Foods amba, Cargill R&D Europe, Cosun Nutrition Center, DSM-Firmenich, International Sweeteners Association, SinoSweet Co. en Unilever Innovation Centre Wageningen.
Het commentaar van Marion Nestle gaat voorbij aan het onderscheid dat de onderzoekers maken tussen suiker en zoet(stoffen): ‘Het doel van dit alles was te demonstreren dat de aanbevelingen om de suikerinname te verminderen om de trek in suiker te verminderen geen zoden aan de dijk zet, dus bespaar je de moeite. (…) Minder gesuikerd eten en drinken is altijd een goed idee. Maar, waar ik altijd op wijs, minder eten is slecht voor de zaken. Vandaar dit onderzoek.’
Nestle waagt zich zoals gewoonlijk niet inhoudelijk in te gaan op studies en al helemaal niet als deze door de industrie gefinancierd zijn. Maar wat hebben de onderzoekers gedaan en wat hebben ze gelaten? En is de argwaan van Nestle terecht?
Gemiddelde zoetekauwen
Verdeeld over drie groepen ontvingen de 180 deelnemers zes maanden lang voedsel thuisbezorgd dat voor 80, 35 of voor 7 procent uit zoete producten bestond. Vooraf, na een maand, drie maanden en zes maanden deden de deelnemers smaaktests. Van de studiedeelnemers hielden er 62 niet van zoetigheid, 58 hadden een gemiddelde voorkeur voor zoet en 58 deelnemers waren uitgesproken zoetekauwen. De verdeling van de ‘smaakfenotypen’ over de groepen was nagenoeg evenredig.
Gemiddeld genomen – zo bleek uit de eetdagboeken en uit de residuen van zoetstoffen in de urinemonsters – gingen de deelnemers zoeter of minder zoet eten, al naar gelang de groep waarin ze zaten. Maar dat veranderde op groepsniveau niets aan hun voorkeur, afkeer of smaakervaring van zoet. Ze gingen ook niet meer of minder eten, hielden hetzelfde gewicht en hun metabole biomarkers (cholesterol etc.) bleven ook gelijk. En na de studieperiode keerden de deelnemers terug naar het niveau van zoetigheid of hartigheid dat ze gewend waren.
Het was interessant geweest te weten wat de uitkomsten binnen te groepen waren. Werden mensen met een afkeer van zoet iets happiger op zoete producten? Werden zoetekauwen wat hartiger? Dit kan wel degelijk het geval geweest zijn, maar op groepsniveau was het effect te klein om het statistisch significante verschil te maken. Dit soort subgroepanalyses zijn niet gedaan, of in ieder geval niet gepubliceerd.
Wat de gekozen onderzoeksopzet ook niet aan het licht kon brengen, is het effect van een gezond dieet dat voornamelijk bestaat uit onbewerkt en licht bewerkt voedsel. In deze studie kregen de deelnemers maaltijdplannen die ze zelf moesten kopen en klaarmaken, elke twee weken aangevuld met pakketten die ongeveer 14.000 calorieën aan aanvullende, hoofdzakelijk sterk bewerkte producten bevatten. Deze dagelijkse 2.000 calorieën waren bepalend voor de zoetheid van de groep (7, 35 of 80 procent) en de deelnemers mochten er zoveel van eten als ze wilden.
Ook het feit dat de deelnemers merendeels vrouw waren, hoger opgeleid, op gezond gewicht en metabool gezond, maakt dat de uitkomsten niet zomaar op het hele bevolking te betrekken zijn. Samengevat kan deze studie niet bewijzen dat het zinloos is te proberen een zoete smaak af te wennen, dat de blootstelling aan zoet er niet toe doet en dat voedingsinterventies bij zoetekauwen niet werken.
De studie The Sweet Tooth Trial: A Parallel Randomized Controlled Trial Investigating teh Effects of A 6-Month Low, Regular, or High Dietery Sweet Taste Exposure on Sweet Taste Liking, and Various Outcomes Related to Food Intake and Weight Status verscheen eind november in The American Journal of Clinical Nutrition.
Lees ook: Nieuwste aanbeveling suikerconsumptie benadert die van Moerman/NTTT
Beeld: Pixabay
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
