Prostaatkanker

Iedere man is in het bezit van een prostaat die ook wel bekend staat onder de naam voorstanderklier. Deze klier, die een belangrijke rol speelt bij de voortplanting, is ongeveer zo groot als een walnoot. Toevallig of niet, de walnoot wordt toegeschreven de groei van prostaatkanker te kunnen vertragen.

De prostaat van een man heeft een gewicht van ongeveer 15 tot 20 gram en is gelegen rondom de plasbuis aan de onderkant van de blaasuitgang. De functie van de prostaat is het produceren van prostaatvocht, een proces dat plaats vindt in de talloze klierbuisjes die zich in de prostaat bevinden en die uitmonden in een verzamelbuis die vervolgens uitkomt in de plasbuis. Het prostaatvocht met de zaadcellen in de testes vormen samen het sperma. Het prostaatvocht zorgt ervoor dat de zaadcellen in leven blijven tijdens het transport naar buiten en in de vagina.

Klachten vanwege een vergrote prostaat

Vanaf de puberteit groeit de prostaat onder invloed van mannelijke hormonen. Vanaf het 40ste levensjaar kan een vergrote prostaat (BPH = benigne prostaat hyperplasie)   klachten geven bij het urineren. Dit wordt veroorzaakt doordat de prostaat om de plasbuis heen ligt en die dicht duwt wanneer de prostaat blijft groeien. Hierdoor wordt het moeilijk om de urine door de plasbuis te persen. De urinestraal wordt minder krachtig en het duurt soms even voordat de urine eruit komt. Ook kan het lang duren voordat je uitgeplast bent.

Omdat de blaas niet volledig geledigd kan worden, moeten mensen met een vergrote prostaat ook vaker urineren. BPH ontwikkelt zich vaak vanuit de overgangszone. Of er een verband bestaat tussen BPH en prostaatkanker is volgens de reguliere geneeskunde niet eenduidig.

Natuurlijke middelen ter preventie

Om een vergroting van de prostaat zoveel mogelijk te voorkomen zijn er verschillende opties. De complementaire geneeskunde gaat  hiervoor te rade bij de natuur. Saw palmetto (zaagpalm), groene thee, tomaat, granaatappel en lijnzaadolie zijn prima producten om extra aan het dieet toe te voegen ter voorkoming van BPH. Neem ze wel in de meest natuurlijke vorm, dan werken ze het best!

Immunotherapie veelbelovend

Prostaatkanker is een groot gezondheidsprobleem voor mannen in de westerse wereld. Het is tevens een van de vormen van kanker waarbij een zeer duidelijke relatie bestaat met de leeftijd. Behandelingen met goede gevolgen zijn er bijna niet en bovendien gaan ze gepaard met ernstige bijwerkingen. Immunotherapie lijkt dé oplossing in de reguliere gezondheidszorg te worden. Daarbij wordt het immuunsysteem getraind om specifiek de kankercel aan te vallen en deze onder controle te houden. Steeds talrijker zijn de studies die gunstige resultaten laten zien en er wordt zelfs al gesproken over een verandering in de behandeling van prostaatkanker.

Screening ja of nee?

Het risico om prostaatkanker te ontwikkelen neemt toe na het 50e levensjaar, bij donkere mannen (bijvoorbeeld Afrikanen) zelfs al na het 40e levensjaar. Een combinatie van dieet en erfelijkheid wordt als een mogelijke oorzaak gezien. Echter, niet alleen bij de oudere man komt prostaatkanker voor.

Prostaatkanker kan zich manifesteren als een langzaam groeiende, haast slapende (verborgen) tumor maar ook als een zeer snel groeiende fatale kanker. Een screening is dus met name belangrijk voor deze laatste groep mannen. Maar dan moet het wel mogelijk zijn om onderscheid te maken tussen deze tumoren. En juist om deze reden is de kans op overbehandeling aanzienlijk. Met andere woorden: in een (groot) aantal gevallen is er geen reden om tot behandeling zoals operatie en/of bestraling over te gaan.

Dat het toenemen van de verborgen prostaatkanker dramatisch toe neemt met de leeftijd laat dit overzicht van waarnemingen, die bij autopsies zijn gevonden, duidelijk zien.

       20 tot 30 jaar, 2 tot 8 procent van de mannen met een verborgen kanker

       31 tot 40 jaar, 9 tot 31 procent

       41 tot 50 jaar, 3 tot 43 procent

       51 tot 60 jaar, 5 tot 46 procent

       61 tot 70 jaar, 14 tot 70 procent

       71 tot 80 jaar, 31 tot 83 procent

       81 tot 90 jaar, 40 tot 73 procent

In Nederland was het aantal mannen met prostaatkanker in 2011 gestegen tot 11.500. Een voorstadium van prostaatkanker wordt niet vaak ontdekt, gemiddeld zo’n 50 keer per jaar. De sterftecijfers zijn gestegen van 2300 in 2001, naar 2500 in 2011.

De dramatische toename van het aantal vastgestelde gevallen van prostaatkanker is mede te danken aan de toename van prostaatbiopsiën naar aanleiding van een verhoogd PSA (prostaat specifiek antigeen). Om het aantal slachtoffers van prostaatkanker drastisch te verminderen, is het idee ontstaan om een bevolkingsscreening te starten. De achterliggende gedachte: hoe eerder de kanker wordt ontdekt, hoe meer kans op genezing. Maar dit pakte anders uit. Al in 2008 werd er in de Verenigde Staten gewaarschuwd om geen screening uit te voeren onder mannen boven de 75 jaar. In 2012 verscheen een artikel van Nederlandse wetenschappers en urologen in het British Journal of Cancer getiteld: To be screened or not to be screened? Screening op prostaatkanker kan het aantal mannen dat overlijdt aan deze ziekte, terugbrengen met 20 tot 40 procent, maar daar moet dan wel een hoge prijs voor worden betaald.

Hoewel een regelmatige screening inderdaad meer prostaattumoren aantoonde, bleek er geen enkel verschil te zijn in sterftecijfer van de groep mannen die werden gescreend (en geholpen) en mannen die niet met de genoemde regelmaat werden onderzocht. Het routinematig screenen van prostaatkanker heeft een groot nadeel, namelijk dat veel van deze kankers nooit klachten zouden geven gedurende het leven.

De meest gebruikte vormen van screening op dit moment zijn het rectaal onderzoek en het testen van het PSA in het bloed. De PSA-test dateert al uit 1980. Deze test is nogal controversieel. Het gaat om het vaststellen van PSA (prostaat-specifiek-antigeen), een enzym dat door de prostaat wordt gemaakt. Het PSA-niveau in het bloed is niet alleen een indicatie voor prostaatkanker maar ook voor een vergrote prostaatklier. Routinematig weefselstukjes nemen bij alle mannen resulteert erin dat veel gezonde mannen hierdoor patiënt worden. Dat is ook de reden dat er in bijna geen enkel land mannen boven de 75 jaar getest worden.

De PSA-test alleen geeft dus onvoldoende informatie over de aard van de kanker. Daarom is men druk zoekende naar markers die in bloed en/of urine voorkomen en meer aanvullende informatie kunnen verstrekken.

Risicofactoren voor prostaatkanker

Een vergrote prostaat en prostaatkanker zijn veelvoorkomende aandoeningen, maar de precieze relatie is nog steeds onduidelijk. Beide aandoeningen kunnen naast elkaar voorkomen en de vraag is nog steeds of BPH het voorloperstadium is van prostaatkanker. Beide aandoeningen staan onder invloed van algemene mechanismen en het is niet duidelijk of prostaatvergroting de eerste stap is in het proces tot prostaatkanker.

De risicofactoren voor prostaatkanker zijn:

  • Erfelijkheid. Dit blijkt uit familiestudies. Er zijn echter geen specifieke genen bekend die hierbij betrokken zijn.
  • De interactie tussen omgeving en erfelijkheid lijkt een steeds belangrijkere rol te spelen in de wetenschap die onderzoek doet naar kanker. Dit geldt uiteraard ook voor prostaatkanker. Dat is nu precies wat de biologische geneeskunde al eeuwen verkondigt, maar niet met zulke dure woorden.
  • Infecties en chronische ontstekingen.
  • Metabole factoren als insuline groeifactor en hypertriglyceridemie.
  • Hormonale invloeden van mannelijke geslachtshormonen (androgenen).

Ontstekingsproces is belangrijke factor

Een belangrijke factor bij het ontstaan van kanker, dus ook van prostaatkanker, is het ontstekingsproces. Bij prostaatvergroting speelt die eveneens een belangrijke rol. De ontstekingscellen bij een chronische prostaatontsteking (prostatitis) beïnvloeden namelijk de epitheelcellen en tevens de bindweefselcellen van de prostaat. Ook prostaatsteentjes (corpora amylacea en calculi) worden in verband gebracht met prostaatkanker. De steentjes, vaak gezien bij ontsteking, worden ook nogal eens aangetroffen in de prostaat die verwijderd is vanwege prostaatkanker. De prostaatsteentjes nemen in aantal en grootte toe met de leeftijd.

Natuurlijke producten die ontstekingen tegengaan

Hier is al het eerste voordeel te halen door voedingsproducten te gebruiken die een ontstekingsremmende werking hebben. In veel verse groenten en fruit en ook in groene thee zit o.a. quercetine waarvan aangetoond is dat het een ontstekingsremmende werking heeft. Ook van de vetzuren die een hoog gehalte aan omega 3 bevatten is bekend dat zij ontsteking tegengaan. Het is derhalve niet noodzakelijk om synthetische varianten tot je te nemen om je gezondheid te bevorderen wanneer je de voedingsproducten gebruikt die in een volwaardig dieet (het dieet dat MMV aanbeveelt) aanwezig zijn.

Het Moermandieet bevat de ingrediënten om niet alleen BPH en prostaatkanker te voorkomen, maar ook om door middel van ons immuunsysteem te stimuleren zoveel mogelijk de eventuele tumorgroei onder controle te houden. Bijenpollen, brandnetels en Pygeum Africanum (Afrikana van Prunus) kunnen hierbij een helpende hand bieden. Regulier wil men dit ontstekingsproces ook aanpakken, maar dan uiteraard wel met ontstekingsremmende medicijnen. De eerste studies geven al aan dat er een afname van 10 procent te behalen valt en wanneer er een wat meer gevorderd stadium van prostaatkanker was wel 25 procent. Maar het standaard behandelen met ontstekingsremmende medicijnen blijkt toch niet een al te grote bijdrage te leveren bij het bestrijden van het risico op prostaatvergroting en prostaatkanker.

De onderdelen van het dieet en de aanvullende essentiële stoffen die Moerman al meer dan 70 jaar geleden voorschreef, worden steeds meer in de wetenschappelijke literatuur beschreven als zeer gunstig bij preventie.

De rol van vetzucht en andere metabole factoren

Metabole factoren als bloeddruk, bloedsuiker, vetten in het bloed en de body-mass-index (BMI) die zoals we gezien hebben ook een risicofactor zijn, worden beïnvloed door een volwaardige voeding. Evenals bij een verhoogd risico op het ontwikkelen van hart- en vaataandoeningen en suikerziekte (diabetes type 2), blijkt er een positieve correlatie te zijn in het voorkomen van prostaatvergroting en de BMI. Deze relatie blijkt er ook te zijn tussen agressieve vormen van prostaatkanker en vetzucht. Evenals diabetes type 2, kunnen een teveel aan insuline en een verhoogde hoeveelheid van triglyceriden (vetachtige stoffen) in het bloed het risico op prostaatkanker vergroten. Onderzoeken laten zelfs zien dat een dieet en leefstijl ter voorkoming van hart- en vaatziekten ook een afname laat zien in het overlijden aan prostaatkanker.

Insuline wordt gezien als een promotor voor de ontwikkeling van prostaatkanker. Insuline is het hormoon dat door de alvleesklier in het bloed gebracht wordt wanneer de suikerspiegel in het bloed toeneemt. Een sterke toename van de suikerspiegel in het bloed is het gevolg van het eten van voedsel met een hoge glycemische index; kortom suiker (koolhydraatrijke) bevattende voedingsmiddelen.

Jammer dat de reguliere gezondheidszorg de nadruk vooral legt op het vroeg ontdekken van prostaatkanker, terwijl ze ook op de hoogte is van de invloed van leefstijl op het ontstaan van zowel prostaatkanker als prostaatvergroting.

De rol van androgenen  (mannelijke hormonen)

Androgenen, mannelijke hormonen, spelen een belangrijke rol in de normale ontwikkeling van de prostaat, maar spelen ook een rol bij BPH en het ontstaan van prostaatkanker. In de prostaat zorgt het mannelijke hormoon ervoor dat de cellen zich gaan delen en zich differentiëren. Dit heeft geleid tot de hypothese dat het remmen van de werking van een vorm van testosteron (DHT) in de prostaatcel kan leiden tot het voorkomen van prostaatkanker en kan dienen als behandeling van prostaatvergroting. Studies hebben al aangetoond dat een behandeling van gezonde mannen met dergelijke medicijnen een afname van 25 procent laat zien. Uiteraard is een behandeling met deze remmers of met vrouwelijke hormonen niet vrij van bijwerkingen.

Dieet als bescherming tegen prostaatkanker

Epidemiologische studies bevestigen steeds meer dat het dieet een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van kanker. Steeds meer wordt de gedachte ondersteund dat factoren in de voeding een rol spelen bij het kankerproces. Het is bekend dat wanneer men de dierlijke vetten uit het dieet vervangt door plantaardige en koolhydraten (suikers) zoveel mogelijk weglaat, het overlijden aan prostaatkanker vermindert.

De onderdelen van het dieet kunnen worden gezien als beschermers (chemopreventie factoren) bij het ontstaan van prostaatkanker. Hierbij moeten we denken aan vitamine A, B, C, D, E, foliumzuur, selenium, lycopeen, zink en omega 3-vetzuren. Deze kunnen een duidelijk invloed hebben op de fundamentele processen (op cellulair niveau) van het totale kankerproces: apoptose (zelfmoord van de cel), controle van de celvermeerdering, de bloedvataanleg, ontsteking en het herstel van het DNA.

Een dieet dat al deze essentiële stoffen in ruime mate bevat, is dus van vitaal belang. Aanvullingen kunnen indien nodig op maat worden voorgeschreven.

Kurkuma in opkomst als antikankermiddel

Een stof die steeds meer in het nieuws is wat betreft o.a. zijn antikankerwerking is curcumine (kurkuma). In verschillende studies is te zien dat het een antikankerwerking heeft bij meerde vormen van kanker inclusief prostaatkanker. Kurkuma blijkt tevens  invloed te hebben op de omgeving van de kankercellen waarbij het de aanleg van bloedvaten en uitzaaiing remt.

We kennen kurkuma met name als een ingrediënt uit de Indiase keuken. Het is verantwoordelijk voor de gele kleur van de currypoeders en sausjes. In de traditionele Indiase geneeskunde werd en wordt kurkuma bij heel veel klachten ingezet, zoals ontstekingen, spijsverteringsproblemen en aandoeningen van de luchtwegen. Het is in de westerse wereld geïntroduceerd in de 14e eeuw. In de wetenschappelijke wereld worden steeds meer de voordelen van kurkuma aangetoond

Overzicht van bewezen relaties  bij prostaatkanker

Veel publicaties zijn beschikbaar waarin de relatie beschreven is tussen voeding en het risico voor prostaatkanker. Helaas spreken de vele studies elkaar nog wel eens tegen. Maar over enkele zaken zijn de meeste onderzoekers het wel eens.

  • Dierlijke vetten kunnen een belangrijke factor zijn bij het ontwikkelen van prostaatkanker.
  • Een dieet dat weinig groenten bevat, vormt een risico op het krijgen van prostaatkanker. Met name het eten van kruisbloemige groenten (broccoli, bloemkool, boerenkool, spruitjes) zorgt voor een lager risico op het krijgen van agressieve vormen van prostaatkanker.
  • Producten die op tomaten zijn gebaseerd bevatten veel lycopeen dat de eigenschappen heeft van een antioxidant dat het risico op prostaatkanker verkleint.
  • Voedsel dat oestrogene eigenschappen bezit wordt ook beschouwd als risicoverlagend. Prostaatkanker, maar ook de voorlopercellen zijn namelijk gevoelig voor testosteron. Stoffen met oestrogene eigenschappen verlagen het testosteron. Dat prostaatkanker bij Aziatische mannen minder voorkomt, wordt toegerekend aan de soja die zei binnenkrijgen via hun voeding. Dit geldt zeker niet voor de restproducten van estrogenen, de zogenaamde endocrine disruptive compounds (EDC; hormoonverstorende stoffen) die via het rioolwater in ons drinkwater en ook in ons voedsel terecht kunnen komen. Onderzoek wijst erop dat dit juist invloed kan hebben op het ontstaan van prostaatkanker.
  • Blootstelling aan pesticiden zou ook een oorzaak zijn van de sterke toenamen van prostaatkanker. “Agent Orange”, een herbicide defoliant dat is ontworpen  om de bladeren van planten te doden, verdient hierbij aandacht. Ook chlordecone, een stofje om insecten te doden met behulp van oestrogene eigenschappen, staat in dit verband in een kwade reuk.
  • Zonlicht (UV) blijkt het risico op prostaatkanker te verminderen. De aanmaak van vitamine D zal hier vast mee te maken hebben.

Reguliere behandeling van prostaatkanker

De reguliere behandeling van prostaatkanker bestaat in het kort uit opereren, bestralen, chemotherapie en hormonen.

Chirurgie kent enkele vervelende bijwerkingen en wanneer chemotherapie ingezet wordt bij het onder controle houden van prostaatkanker, helpt dit in veel gevallen maar tijdelijk. Op zeker moment wordt de kankercel namelijk ongevoelig voor het gebruikte cytostaticum. Nog niet zo lang geleden is de wetenschap erachter gekomen dat de cellen die rondom de kankercellen liggen, als reactie op de chemotherapie stoffen  produceren die ervoor zorgen dat de kankercellen beter kunnen overleven.

Complementaire behandeling van prostaatproblemen

Wanneer er sprake is van een BPH, kan ook hier al het Moermandieet met de bijbehorende supplementen als vitamine A, B, C, D en E, zwavel/selenium, citroenzuur en jodium, ingezet worden. Er is hier geen sprake van kanker, dus hoeft het dieet niet per se strikt te worden gevolgd.

Andere middelen die ingezet kunnen worden:

  • Saw palmetto. Zeer geschikt bij milde tot matige prostaatvergroting. Saw palmetto (Serenoa repens, Sabal, Sabal serrulata, Shrub palmetto) met de Nederlandse naam zaagpalm is een plantaardig preparaat waar veel onderzoek naar gedaan is. Het remt de celdeling, terwijl de zogenaamde geprogrammeerde celdood (apoptose) van prostaatcellen gestimuleerd wordt. Bovendien heeft het een anti-androgene werking en remt het ontstekingen. Er is vrij veel onderzoek dat aangeeft dat dit middel goed ingezet kan worden bij de behandeling van goedaardige prostaatklachten. Het is veiliger in vergelijking met reguliere middelen. De kans op geneesmiddeleninteracties met dit middel is klein.
  • Brandnetel(wortel) kan de symptomen van goedaardige prostaat hypertrofie verminderen en is ook goed samen met Saw palmetto te gebruiken.
  • Lijnzaad, lijnzaadolie en een dieet met walnoten. Deze zijn allen rijk aan omega 3-vetzuren, waarvan bekend is dat ze ontstekingen remmen. Ze hebben een preventieve werking op prostaatkanker.

Als u een complementaire behandeling overweegt, raden wij u aan een arts voor niet-toxische tumortherapie te consulteren. De lijst met namen, adressen en telefoonnummers vindt u via de site van de ANTT of die van het NGOO.

Naast het Moermandieet en de bijbehorende supplementen kunnen nog andere middelen ingezet worden om kanker zoveel mogelijk te voorkomen.

Bij prostaatkanker kunnen naast het Moermandieet en de bijbehorende supplementen, nog de volgende middelen worden ingezet:

  • Groene thee (isoflavonoïden): vooral in het beginstadium van prostaatkanker blijkt groene thee meer effect te hebben dan in latere stadia van de kanker. Groene thee blijkt invloed te hebben op de hormoongevoeligheid van prostaatkankercellen.
  • Fyto-oestrogenen bezitten vaak antioxidante eigenschappen, verlagen het mannelijk hormoon (testosteron) en verhogen het vrouwelijke hormoon (oestrogenen).
  • Supplementen als selenium.
  • Teunisbloemolie dat gamma linolzuur (omega-6 vetzuur) bevat dat een essentieel vetzuur is en een ontstekingsremmende werking heeft. Het is vooral bekend bij huidaandoeningen en verstoringen van hormonale evenwicht.
  • Resveratrol verhoogt eiwitten in prostaatkankercellen die deze cellen vervolgens tot zelfmoord (apoptose) brengen. Resveratrol, dat aanwezig is in o.a. druiven en noten, kan goed samengaan wanneer er een behandeling met bestraling plaatsvindt. Resveratrol versterkt het effect van bestralingstherapie.
  • Grapefruitsap kan de groei van prostaatkanker vertragen en kan preventief werken. Het sap kan het gehalte van het eiwit PSA doen afnemen.
  • Lycopeen. Studies hebben aangetoond dat lycopeen de PSA-waarde in het serum verlaagt en de groei van prostaatkanker kan doen afnemen. Lycopeen gecombineerd met vitamine E heeft een remmende werking op de groei van prostaatkankercellen.
  • Granaatappel. Het drinken van granaatappelsap door patiënten met prostaatkanker kan ervoor zorgen dat de PSA-waarde veel langzamer stijgt en de kankercellen geremd worden in de delingsactiviteit. Granaatappelsap blijkt invloed te hebben op het doodgaan van de kankercellen (apoptose). Ook patiënten die geopereerd of bestraald zijn, kunnen voordeel hebben bij het drinken van het sap van de granaatappel. De kanker blijft langer weg doordat stoffen aanwezig in het sap bepaalde stofwisselingsprocessen van de kwaadaardige cellen onderdrukken.
  • Bijenpropolis, een stof die vaak in alternatieve middelen tegen keelpijn en allergieën zit, vertraagt de groei van prostaatkankercellen. Een component van de stof blijkt in vroege stadia prostaatkanker te remmen door het blokkeren van de mogelijkheid van de kankercellen om aan voeding te komen. Hoewel de ingrediënten de kankercellen niet doden, kan het de uitzaaiing van prostaatkanker tegenhouden.
  • Bittere amandelen/abrikozenpitten. Het laetrile in deze kernen kan kankercellen tot zelfmoord dwingen.
  • Antineoplaston therapy van Dr. Burzynski
  • 714-X behandeling van Gaston Naessens
  • Dr. Lawrence Burton’s Immune Augmentative Therapy
  • Pau D’Arco
  • Hyperthermie
  • Plantaardige vetten

Neem ook kennis van het videointerview met Klaus van Waveren, die verbluffende resultaten boekte met een combinatie van een paddenstoelenextract en Prostasol.

Zie ook het bericht over melatonine verder naar onderen.

Literatuur:

Roobol MJ & Carlsson SV Nat. Rev. Urol. 2013, 10, 38–48

Orsted DD et al. Nat. Rev. Urol. 2013; 10, 49-45

Häggström C. et al. Cancer, 2012; 118, 24, 6199–6206

Reiter RJ. Cancer Investigation, 2013; 31:365–373

Saini S. et al. Pharm Res 2010, 27;104-1026

Sun Y. et al. Nature medicine 2012; 18, 9: 1359-1368

Anand V. et al. Spatula DD 2012; 2(2):117-125

Karan D et al. Nat. Rev. Urol. 2012; 9, 376–385

Margel D, Fleshner NE. BMJ 2011;1:e000311. doi:10.1136/bmjopen-2011-000311

Peng CY et al. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine; Volume 2012, Article ID 732578, doi:10.1155/2012/7325782012

Gunasekera RS et al. Nutr Cancer 2007;58(2):171

Traka M et al. PloSONE 2008;3;7:e2568

Melatonine beschermt tegen prostaatkanker

Melatonine aangemaakt door een goede nachtrust beschermt tegen prostaatkanker. Het risico op het krijgen van prostaatkanker nam met 75 procent af wanneer mannen goed konden slapen zonder slaapmedicatie en daardoor hogere melatonine waarden hadden. Dit blijkt uit een deelstudie onder 928 mannen uit een groter bevolkingsonderzoek van Sarah C. Market , MPH , een promovendus bij de afdeling Epidemiologie aan de Harvard School of Public Health in Boston. 

Melatonine is een hormoon dat door het eigen lichaam wordt geproduceerd in de nacht wanneer de invloed van licht minimaal is. Hogere niveaus van melatonine zijn gerelateerd aan langere, meer rustgevende slaap. 

Bij hardnekkige slaapproblemen is het verstandig professionele hulp in te roepen. Nederland beschikt over diverse gespecialiseerde slaapcentra

0