‘Patiënt gaat te snel op z’n rug liggen’

Jarenlang behandelde hij kankerpatiënten. Nu heeft hij de ziekte zelf. Warner Prevoo valt van de ene verbazing in de andere.

Interventieradioloog Prevoo van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam heeft geen idee hoe lang hij nog te leven heeft. Hij voelt zich op dit moment goed maar hij weet dat zijn toestand broos is. Les 1 voor artsen: Geef als arts geen prognose aan patiënten. 

Welke boodschap moet een arts wel geven, vraagt weblog Qruxx hem? Prevoo begint meteen met wat artsen vooral niet meer moeten doen. “Ik erger me vreselijk aan de aangeleerde empathie waar veel artsen mee komen. Die staat het echte patiëntcontact in de weg. Ze kunnen wel zeggen dat ze het snappen, maar als je geen kanker hebt of hebt gehad, zeg dan ook niet dat je snapt hoe het voor iemand is of hoe iemand zich voelt. Je snapt er geen reet van. Zeg ‘het is verschrikkelijk, ik kan me niet voorstellen hoe verschrikkelijk. Maar ik ga er alles aan doen om u zo goed mogelijk te behandelen’.”

'Hoe dat voelt, weet ik nu zelf ook'

“Nog zo’n ding. Ik hoor nogal eens van artsen dat ze niet weten wat ze met klachten van patiënten aan moeten. Een patiënt geeft aan dat hij moe is of pijn heeft. Dan kan zo’n arts bij zichzelf denken ‘ik ben ook moe, ik heb veel te hard gewerkt’. Maar dat is zelfgekozen vermoeidheid.  Die is niet te vergelijken met de opgelegde vermoeidheid door kanker, of tijdens een kankerbehandeling.  Hoe dat voelt, dat weet ik nu zelf ook. Ook bij pijn kun je je niets voorstellen als je het niet zelf hebt meegemaakt. Probeer de klacht serieus te nemen en niet te vergelijken met een situatie waarin je zelf moe bent, of pijn hebt.”

De ziekte heeft van Prevoo geen andere arts gemaakt. “Volgens mij ben ik altijd al mezelf geweest. Ik probeerde altijd al de tijd te nemen om de patiënt te leren kennen en met humor het ijs te breken. Patiënten zetten mij niet op een voetstuk en dat moet ook niet.”

“Artsen richten zich te vaak op de technische behandeling. Aandacht geven aan de mens achter de kwaal is vaak best ingewikkeld, ook omdat ze de tijd niet hebben om zich in de patiënt te verdiepen. De kern van de behandeling is goeie communicatie tussen de arts en de patiënt.”

Patiënten moeten soms meer dan een week wachten

“Een ander voorbeeld. Ik verkeer in de luxe situatie dat ik als collega-radioloog vrijwel direct de uitslag van mijn scan krijg. Voor een patiënt is het echt niet te doen om een week op een uitslag te wachten waar zoveel van af hangt. Van een echo kun je meteen een uitslag geven, daar hoef je een patiënt niet voor in spanning te laten zitten. Bij een CT-scan duurt het wat langer, dat kan niet anders. Maar in de praktijk moeten patiënten soms langer dan een week wachten op de uitslag. Dat vind ik niet kunnen.”

“Pas als je weet hoe zwaar dat wachten is en hoe ondraaglijk de spanning is, wil je er alles aan doen om de wachttijd zo kort mogelijk te houden.”

Prevoo zou niet weten weet wat hij zelf zou beslissen als hij aan het eind van alle trajecten moet kiezen tussen stoppen of kiezen voor een experimenteel middel  “Je hoopt natuurlijk altijd dat jij degene bent die wel baat heeft bij het middel. Gelukkig komt er wel steeds meer aandacht voor het palliatieve traject.”

'Zo’n ziekenhuis slaat zichzelf nu eens niet op de borst'

Prevoo verbaast zich niet alleen over de artsen, maar ook over patiënten en patiëntenorganisaties. “Ik zeg weleens dat patiënten te snel op hun rug gaan liggen. Ze laten de behandeling over zich heen komen en zien de arts als alwetend. De patiënt moet zijn rol pakken en keuzes maken. Daar kan een patiëntenorganisatie bij helpen.”

“Ik kwam laatst in een ziekenhuis in het centrum van het land. In de hal hingen allemaal posters. Die gingen nu eens niet over de prestaties van het ziekenhuis, maar over de patiënt. De posters riepen de patiënt op om drie goede vragen aan de arts te stellen. Daar heb je als patiënt wat aan. Zo’n ziekenhuis slaat zichzelf nu eens niet op de borst, maar bekijkt het vanuit de positie van de patiënt. Dat vind ik mooi.”

Prevoo beschreef zijn ervaringen als patiënt in het boek Echte dokters huilen ook

<< Terug