Radioactiviteit, nog een reden om te luchten

Radon is een radioactief gas dat altijd in kleine hoeveelheden aanwezig is. De risico’s ervan zijn klein, maar hogere concentraties binnenshuis zijn ongewenst. Het RIVM adviseert daarom te ventileren. En zocht uit welk soort radonmeter de beste keus is om de concentraties thuis of op het werk te meten.

Radon is een edelgas dat vrijkomt bij het verval van uranium en thorium dat van nature in de aardkost voorkomt. Daar hoopt het zich op in het grondwater, waarmee het vroeg of laat aan de oppervlakte komt en in de atmosfeer vervliegt. Dat het gas qua gezondheid twee gezichten heeft, blijkt onder meer uit de heilzame werking die aan radon-rijke waterbronnen wordt toegeschreven.

Duits onderzoek, gepubliceerd in vakblad Reumatology vond in een klinische studie met zestig proefpersonen zelfs een langdurig aanhoudende pijnvermindering bij reumapatiënten ten opzicht van de controlegroep. En het Griekse eiland Ikarios staat niet alleen bekend als een van de ‘blue zones’, waar de bevolking exceptioneel oud wordt, maar ook om de waterbronnen met de hoogste concentraties radon ter wereld.

Liever niet in huis

In Nederlandse huizen is radon voornamelijk afkomstig uit minerale bouwstoffen. Het aandeel van de bodem is in gebieden met een rotsachtige bodemgesteldheid veel groter. Door de gebruikte bouwstoffen – zoals beton – en de dikke isolatie vormt zich tegenwoordig meer radon in huis. Dat brengt risico’s met zich mee voor de gezondheid van de bewoners, schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM):

‘Radon verandert uit zichzelf in andere radioactieve stoffen, die zich aan zwevende deeltjes in huis hechten. Als mensen die deeltjes inademen, blijven ze achter in de longen en geven ze straling af. Hierdoor wordt de kans op longkanker groter, vooral bij rokers.’

Zelf meten

Voor wie wil weten of het ventilatiebeleid thuis afdoende is om het radonrisico laag te houden, zijn er verschillende radonmeters op de markt. Het RIVM onderzocht welk type zich daartoe het beste leent en komt tot de conclusie dat dit een zogeheten ‘gesloten alfa track detector’ is. ‘Bij de aankoop ervan moeten mensen er op letten dat ze een gecertificeerde meter kopen (NEN-EN-ISO 11665-4).’  

Voordeel van het apparaat is dat het ook lage concentraties meet en dit continu doet over een periode van drie maanden. Dat is nodig om een correct beeld te krijgen van de gemiddelde blootstelling. Momentopnames zijn daarvoor niet geschikt. Het RIVM adviseert in de wintermaanden te meten omdat de concentraties dan het hoogst zijn.

Verder is het zaak de meting te verrichten op de plaatsen in huis waar de bewoners de meeste uren doorbrengen; meestal de woonkamer en de slaapkamer. Op een hoogte van één tot twee meter, buiten de directe invloed van ventilatieroosters, warmte- en stralingsbronnen. Na afloop moet het apparaat – dat tussen de twintig en honderd euro kost – terug naar de verkoper die het uitleest, of laat uitlezen.

In tegenstelling tot België en Duitsland organiseert Nederland geen grootschalige metingen onder de bevolking. Paragraaf 4.3 van het hierboven gelinkte rapport geeft twee voorbeelden van gesloten alfa-track detectors die in eerdere meetcampagnes gebruikt zijn. Deze zijn geschikt voor particulier gebruik en verkrijgbaar bij Mirion en radonovalaboratories.com. Andere aanbieders zijn via Google te vinden.

Grenswaarden

Als het goed is resulteert de thuismeting in een waarde die rond 13,5 Bequerel (Bq) ligt per kubieke meter lucht. Dat is volgens recente metingen de gemiddelde concentratie in Nederlandse nieuwbouwwoningen, meldt Milieu Centraal. Ruim onder de EU-richtlijn van 200 Bq in nieuwbouw en 400 Bq in bestaande woningen.

“Ikaria” by bruno.sarlandie is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

MMV selecteert wekelijks het nieuws over voeding, kanker en gezondheid. Schrijf je hier in voor onze gratis nieuwsbrief.

<< Terug