Wereldwijde transitie naar ultrabewerkt voedsel

Alle bewezen en onbewezen gezondheidseffecten tussen de verschillende voedingspatronen vallen in het niet tegen de nadelen van ultrabewerkt voedsel. En juist deze voedingswijze is wereldwijd in opkomst waarschuwen wetenschappers. ‘De schaal van de ophanden zijnde verandering van dieet, vooral in de bevolkingsrijke midden-inkomen landen, baart serieuze zorgen voor de globale volksgezondheid.’

Terwijl in West-Europa sinds de eeuwwisseling gesproken wordt over de noodzaak van een transitie naar een gezonder voedingspatroon, beweegt op wereldschaal de transitie nog steeds in de richting van ultrabewerkt voedsel (ultra processed foods, UPF). In vakblad Obesity Reviews publiceerden onderzoekers van een Braziliaanse en drie Australische universiteiten deze maand de resultaten van hun studie naar regionale trends in UPF-verkopen en de drijvende krachten daarachter.

Groei er uit bij de rijke landen

Alleen in West-Europa en in mindere mate Noord-Amerika en ‘Australasia’ is de sterkste groei eruit. Per hoofd van de bevolking eten we in onze contreien jaarlijks 112 kilo UPF, weggespoeld met 118 liter ultra bewerkte dranken (ultra processed beverage, UPB), voor meer dan de helft ‘priklimonade’. In Noord-Amerika/Australasia liggen deze hoeveelheden op 134 kilo en een indrukwekkende 228 liter.

Ter vergelijking, volgens de laatste voedselconsumptiepeiling eten Nederlanders dagelijks 131 gram groenten. Op jaarbasis zou dat optellen tot een kleine 48 kilo.

Met 64 kilo nemen de Centraal- en Midden-Europese landen de derde plek in wat betreft UPF. Al wijst de trend daar nog omhoog; in 2019 ruim zestien procent meer dan in 2006. Latijns-Amerika en het Caribisch gebied evenaren met 118 liter, voornamelijk priklimonade, Europa voor wat betreft UPB.

Snelle groei bij de rest

Halen Europa, de Amerika’s en Autralasië de grootste verkoopvolumes, de overige regio’s hebben de steilste groeicurves. De trend in Centraal- en Oost-Azië is tekenend voor de rest van de ‘midden- en lagere-inkomenslanden’: in dertien jaar 46 procent omhoog naar 35 kilogram UPF. In 2024, verwachten de onderzoekers, is daar weer vier kilo bij gekomen. Het hardst gaat het in Noord-Afrika en het Midden-Oosten: in hetzelfde tijdsbestek een stijging van 82 procent naar 31 kilo. Prognose voor 2024: 37 kilo aan sauzen, bakwaren, zuivelproducten, hartige snacks, enzovoorts.

Bij de hoogbewerkte dranken groeit de verkoop in Afrika het snelst: met 106 procent naar 33 liter. In 2024 koopt elke Afrikaan naar verwachting 41 liter. In deze pdf van het artikel zijn alle optelsommen en subcategorieën in grafieken en tabellen inzichtelijk gemaakt. Ook van de noodzakelijke ‘risico ingrediënten’ zoals suikers, zoetstoffen, vetten, zouten (met sodium glutamaat als aparte categorie) en ‘cosmetische additieven’.

Oorzaken, demografie en economie

Naast het achterhalen van de verkoopcijfers, deden de auteurs een uitgebreide literatuurstudie naar de drijvende krachten achter de groei. Ze onderscheiden als eerste naar basale economische, demografische en sociaal-culturele factoren.

In de Westerse eetcultuur is de consumptie van ultrabewerkt voedsel het grootst in de bevolkingsgroepen met de lagere inkomens. Hoe lager de ‘sociaal economische status’ (SES) hoe hoger de consumptie van UPF en UPB. In de opkomende economieën ligt dat precies omgekeerd. Daar zijn het de rijkere inwoners met de hogere opleiding die de groei aanjagen, waarna de groei verschuift naar de groepen met een lagere SES. ‘Hetzelfde patroon is waargenomen met de sociale transitie van obesitas.’

Met het toenemen van het inkomen verschuift dit koopgedrag naar de lagere sociaaleconomische groepen, schrijven de auteurs. Al zijn er verschillen tussen landen met hetzelfde inkomen per hoofd van de bevolking. ‘Inkomen blijkt sterker verband te houden met UPF-verkopen in landen die economisch meer geïntegreerd zijn en daardoor beter gepenetreerd door voedselmultinationals.’

Japan is een voorbeeld van een land waar het inkomen hoog is, maar de UPF-verkopen relatief laag zijn – al groeien ze ook daar. Multinationals hebben slechts beperkt toegang tot de Japanse markt. De vergrijzende bevolking speelt ook een rol. Ouderen veranderen namelijk minder snel van voedingspatroon dan jongeren, onder meer omdat ze minder vatbaar zijn voor marketing.

Verstedelijking werkt de consumptie in hand, net als de toename van vrouwen met betaald werk. Tweeverdiener-huishoudens besteden bijna de helft minder tijd aan voedselbereiding.

Oorzaken aan de aanbodzijde

Er zijn globaal opererende ketens ontstaan waarbij slechts enkele grote bedrijven de wereldmarkt domineren. Dat is het geval zowel bij de productie van ruwe ingrediënten, fabricage, marketing en retail.

De marktconsolidatie zet nog steeds door. In de graanhandel bijvoorbeeld controleren halverwege deze eeuw naar verwachting slechts vier multinationals zeventig tot negentig procent van de wereldwijde graanhandel.

Het Nederlandse DSM wordt genoemd in het rijtje machtige producenten van speciale ingrediënten (lees: additieven, hulp en processtoffen). Voedselbedrijven gebruiken deze goedkope en altijd beschikbare grondstoffen om ‘met variaties van steeds dezelfde ingrediënten diverse portfolio’s op te bouwen van talloze merkproducten in dezelfde markt.’

Ook daar voortschrijdende marktconcentratie: ‘for multiple branded products in the same market’. Ook daar concentratie: ‘In 2019 controleerden tien van de top-100 voedselbedrijven samen 47,5 procent van het wereldmarktaandeel.’ Alleen al Coca en Pepsi Cola zijn met hun 56 merken goed voor 63 procent marktaandeel in de UPB.

Nieuwe technologieën verlagen de toch al lage productiekosten nog verder en verlengen het ‘plankleven’ van UPF. Dit maakt het voor de retailsector tot extra interessante productgroepen. Een retailsector die eveneens gekenmerkt wordt door concentratie en schaalvergroting; met supermarkten als de grote winnaars. Supermarkten voeren een breder aanbod UPF’s en de prijs ervan is lager dan in de traditionele kruidenierszaken.

‘Supermarken fungeren in de eerste plaats als nieuw distributiekanalen voor lang houdbare bewerkte producten in de eerste fases van marktgroei.’ Later breiden supermarkten hun vers aanbod uit en concurreren traditionele partijen uit de markt.

Politiek en regelgeving

De enorme marktmacht van multinationals vereenvoudigd overnames van lokale concurrenten en versterkt de invloed op overheden. De auteurs breken een lans voor een ‘ecologische benadering’ van het probleem. Waarbij alle elementen die in de voedselsystemen een rol spelen tegelijk worden aangepakt om de schade zoveel mogelijk te beperken. Met een sturende rol voor verheden:

  • Afschaffen suikersubsidies
  • Herformulering producten afdwingen
  • Normen voor overheidsinkopen
  • Beperkingen op marketing
  • Belastingmaatregelen
  • Importtarieven
  • Voedsel en menu-labeling
  • Standaarden voor schoolmaaltijden
  • Gedragsverandering bevorderen met media campagnes, dieetrichtlijnen, voedseleducatie op scholen en medische begeleiding in de gezondheidszorg.

Industrie buiten schot

‘Wereldwijd zijn de beleidsmaatregelen momenteel niet adequaat. Noch in reikwijdte, noch in kracht’, stellen de auteurs. Er gebeurt het een en ander op het gebied van educatie, publiekcampagnes en medische begeleiding, en dat voornamelijk in de rijkere Eurpese landen. In hun conclusies hekelen de auteurs de eenzijdige focus op de burger:

‘Met leefstijl- en gedragsinterventies, liever dan dichter bij de bron met maatregelen die gericht zijn op de commerciële activiteiten van de UPF-industrie. Er zijn substantiële bewijzen die aantonen hoe de industrie politieke inzet voor sterkere regulatie heeft tegengewerkt.’

Het is duidelijk waar de onderzoekers staan in de discussie over ‘groene vinkjes’ en Nutri-score-achtige benaderingen van het probleem. De invloed van de industrie ‘is toegenomen door gunstige bedrijfspolitieke regelingen en nutriënt-gebaseerde benaderingen om de gezonde eigenschappen van producten uit te lichten.’

De invloed van ‘Big Food’ heeft zich verder uitgestrekt ‘tot de processen die samenhangen met liberaliseringen rond handel en investeringen, marktconcentratie en de financialisering van voedselsystemen’. Dat alles leidt tot de retorische vraag ‘wat de rol van de UPF-industrie is in de huidige bestuurlijke regelingen en in het vormgeven van de politieke acties om ongezonde voedingspatronen terug te dringen’.

Europese MDL-artsen roepen op tot actie

De toename van obesitas en leefstijl-gerelateerde aandoeningen onder een steeds jongere mensen, noopte de maag-darm-leverartsen, verenigd in het United European Gastoenterology tot het opstellen van een actieplan voor Europa.

‘Er is geen moment te verliezen’, besluit voorzitter Marcus Peck het inleidende pleidooi om een begin te maken met gezondere voeding voor het Europese continent. De gezondheidszorg functioneert ‘onder toenemende druk als gevolg van overwicht en obesitas onder volwassenen en kinderen’ en dat leidt tot een van de voornaamste ‘uitdagingen voor de volksgezondheid waar we vandaag voor staan’.

Ongezonde voedingspatronen veroorzaken een waaier aan ‘ernstige aandoeningen, inclusief kankers in het spijsverteringskanaal en leverziekte’. Naast de uit de pan rijzende kosten van de gezondheidszorg, zorgt het funeste voedingspatroon voor ‘hoge sociale kosten, misère voor patiënten en uiteindelijk een korter leven.’  

UPF en kanker

De paragraaf ‘Bewerkt voedsel en spijsverteringsziekten’ laat geen misverstand bestaan over de gevaren: ‘Een stijging van tien procent van het aandeel UPF in het dieet is gerelateerd met een toename van twaalf procent in het risico op elk vorm van kanker.’

Naast vijf aanbeveling die zich op de consument richten, dringen de artsen aan op politieke actie, waarin de Europese Commissie en de nationale regeringen een samenhangend geheel van maatregelen treffen om ‘de beschikbaarheid, betaalbaarheid en acceptatie van fast foods in te perken.’

Alle zes de voorgestelde maatregelen zijn al een poosje onderwerp van gesprek:

  • Beperking van marketing, met name kindermarketing.
  • Suikertaks
  • Herformulering van producten en fiscale stappen om het gehalte aan transvetten, verzadigde vetten en suikers terug te dringen.
  • Wetgeving om industriële transvetten te verbieden.
  • Subsidies om de consumptie van groenten en fruit te bevorderen.
  • Duidelijke classificering en etikettering op voedingsproducten die helderder aangeven wat de calorische en nutriëntenwaarde is, gebaseerd op wetenschappelijk vastgestelde doelen voor de inname van specifieke voedselgroepen.

Beeld: “Violet in the Supermarket II” by dsevilla is licensed under CC BY-NC 2.0

0
<< Terug