In 2024 werd bij 21 miljoen mensen kanker vastgesteld en bijna tien miljoen mensen kwamen daar aan te overlijden. Door bevolkingsgroei en vergrijzing loopt het aantal diagnoses op naar 34 miljoen in 2050. Bij 1 op de 5 wereldburgers zal zich gedurende het leven kanker ontwikkelen, schat de American Cancer Society (ACS) in een nieuw rapport. ‘De omvang en de geografische ongelijkheid van deze last is ontnuchterend, maar ook een geweldige kans.’ De eetgewoonten van de jeugd voorspellen echter weinig goeds.
Het rapport is opgesteld door wetenschappers van de ACS en het onder de WHO ressorterende internationale agentschap voor kankeronderzoek IARC. Daarbij maakten ze gebruik GLOBOCAN, een database met gegevens over het voorkomen van en de sterfte aan 34 kankertypes in 186 landen. Daaruit komen grote regionale verschillen tevoorschijn. Zo komt kanker in Australië en Nieuw Zeeland vier tot vijf keer vaker voor dan in delen van Afrika en Zuid-Centraal Azië.
Met 2,6 miljoen diagnoses wereldwijd en 1,9 miljoen sterfgevallen was longkanker in 2024 het meest gediagnosticeerde en het meest dodelijk type tegelijk. Onder vrouwen kwam borstkanker op de eerste plaats (2,4 diagnoses, 0,7 miljoen sterfgevallen). Op nummer drie kwam darmkanker: 2 miljoen gevallen en met 0,92 miljoen te betreuren overledenen kwam dit type op de tweede plaats voor wat mortaliteit betref. Na long- en darmkanker eiste leverkanker de meeste levens: met 0,73 miljoen bijna evenveel als het aantal 0,84 miljoen diagnoses.
Regionale ongelijkheden
Zowel voor wat betreft de incidentie als het risico op overlijden zijn de verschillen tussen regio’s en de geslachten groot. Naar schatting een op vijf wereldburgers zal kanker ontwikkelen. Het risico er aan te overlijden is voor mannen groter dan voor vrouwen: 1 op 9 mannen tegen 1 op de 13 vrouwen. Het overlijdensrisico onder Oost-Europese mannen met kanker is twee keer zo groot als onder vrouwen uit Melanesië – een gebied ten noorden en noordoosten van Australië waar onder meer Nieuw-Guinea, de Solomonseilanden en Fiji toe behoren.
Onder West-Afrikaanse vrouwen komt borstkanker half zo vaak voor als onder Australische vrouwen, maar hun risico er aan te overlijden is twee keer zo hoog. En in 26 landen, voornamelijk sub-Sahara Afrika en Centraal-Amerika, is baarmoederkanker de eerste oorzaak van kankersterfte.
‘Kanker behoort tot de voornaamste uitdagingen voor de volksgezondheid in de 21ste eeuw en het is een grote hindernis bij het verlengen van de levensverwachting’, zegt eerste auteur van het rapport Hyuna Sung, op de website van de ACS.
Preventie
‘De omvang en de geografische ongelijkheid van deze last is ontnuchterend, maar ook een geweldige kans. Naar schatting bijna de helft van alle kankersterfte is te vermijden door risicofactoren die in potentie aanpasbaar zijn. Daarbij is een aanzienlijk deel van de kankersterfte te voorkomen door vroege opsporing en tijdige behandeling.’
Elk land kijkt tegen andere uitdagingen aan en heeft een uniek plan nodig om de toenemende ziektelast af te zwakken, stelt Ahmedin Jemal, een co-auteur van het rapport. Maar preventie moet daarbij de prioriteit hebben. ‘We moeten meer ons best doen mensen te helpen te stoppen met roken, kanker-veroorzakende infecties te vermijden, van alcohol af te zien, een gezond gewicht te behouden en meer te bewegen.’
Eetgewoonten jeugd
Belangrijke voorwaarde om een gezond gewicht te behouden zijn gezonde voedingsgewoonten. Onderzoekers van Tufts University (Massachusetts, VS) gingen na hoe de consumptie van gezond plantaardig voedsel door de jeugd zich tussen 1990 en 2018 ontwikkelde. Daarvoor gebruikten ze gegevens uit de Global Dietary Database die 1.248 voedselpeilingen uit 185 landen omvat.
Vergeleken met 1990 aten kinderen wat minder zetmeelrijke groeten (exclusief aardappelen), meer zetmeelarme groenten, noten en zaden. Het aandeel plantaardig in het totale dieet was in 2018 hoger. Maar over de linie is de consumptie van gezonde plantaardige voeding ‘inadequaat’, concluderen de onderzoekers in BMJ Global Health. Uiteraard waren er grote verschillen per regio, stad en platteland, geslacht en opleidingsniveau binnen het huishouden.
Van de 25 bevolkingsrijkste landen had de Spaanse jeugd de laagste consumptie van fruit, zetmeelrijke groenten (exclusief aardappelen), peulvruchten, zetmeelarme groenten, noten en zaden. Gemiddeld 1,35 portie per dag. Gevolgd door Pakistan (1,43 portie) en het Verenigd Koninkrijk (1,76 portie). In Mexico (5,18), Congo (4,38) en Vietnam (4,28) is de jeugd er wat gezond plantaardig betreft het beste aan toe.
Meisjes consumeren meestal meer groenten dan jongens, stedelijke jeugd eet meer fruit, noten en zaden en kinderen uit gezinnen met een hoger opleidingsniveau eten meer van alle plantaardige groepen, exclusief peulvruchten.
In de hele wereld neemt het aandeel gezond plantaardig met de leeftijd toe: van 1,19 portie tot de leeftijd van één jaar naar 3,55 porties door vijftien- tot negentienjarigen. Met uitzondering van de hoge-inkomenslanden. Daar is het andersom. De allerkleinsten beginnen hier met gemiddeld 3,77 porties. Dat komt door de fruithapjes, dagelijks gemiddeld 2,43 porties.
Beeld: ‘Waarvan krijgen we kanker?’ Wikimedia
MMV maakt wekelijks een selectie uit het nieuws over voeding en leefstijl in relatie tot kanker en andere medische condities.
Inschrijven nieuwsbrief
