Leefstijlgeneeskunde: ‘Toepassen wat we al weten’

Veel zorgverleners geven leefstijlgeneeskunde een 10, veel patiënten zijn ‘zeer gemotiveerd’ om mee te doen aan een leefstijlprogramma. Dat blijkt uit een enquête van het Louis Bolk Instituut (LBI) waar bijna 800 mensen op reageerden. Op 11 februari vond in Bunnik een bijeenkomst plaats waarbij zorgprofessionals en patiënten de resultaten uitwerkten tot concretere aanknopingspunten.

Voeding kan bij de behandeling van chronische ziekten in belangrijke mate bijdragen aan gezondheidswinst. Maar hoe geef je leefstijlgeneeskunde een plek binnen de reguliere zorg?

Die vraag lag ten grondslag aan het onderzoek dat het LBI eind vorig jaar startte, mede gefinancierd door de Triodos Foundation. Online werden twee vragenlijsten geplaatst: één voor patiënten, en één voor zorgverleners. In zes weken tijd namen 767 geïnteresseerden 5 tot 10 minuten om de enquête in te vullen, onder wie 438 zorgprofessionals en 329 patiënten.

Overweldigend

Een respons die onderzoeksleider Gerda Pot overweldigde. “Ik was al blij geweest met 100 reacties!”, zegt ze. Het was wel een beetje een ‘bevooroordeelde’ populatie, nuanceert Pot. “Ze waren erg pro-leefstijlgeneeskunde.” 91 procent van de zorgverleners (onder wie huisartsen en praktijkondersteuners) gaf aan leefstijlgeneeskunde al in de dagelijkse praktijk te gebruiken. 54 procent gaf aan leefstijlgeneeskunde met een 10 – het hoogste cijfer – te waarderen.

Van de groep patiënten leed 69 procent aan een chronische aandoening, zoals darmziekten, hart- en vaatziekten, kanker, problemen met het beweegapparaat en diabetes. Vijftig procent van hen gaf aan ‘zeer gemotiveerd’ te zijn om mee te doen aan een leefstijlprogramma. Elf procent was ‘onvoldoende gemotiveerd’.

Op 11 februari 2020 dacht een selectie van dertig respondenten (20 zorgvertegenwoordigers en 10 patiënten vertegenwoordigers) samen na over de vraag hoe de resultaten zijn om te buigen naar concrete aanknopingspunten voor de zorg. “Wat zijn belemmerende factoren? Bij zorgverleners hebben die barrières vooral met de inrichting van het zorgstelsel of met attitude te maken. Ook ervaren veel zorgverleners dat gedragsverandering lastig is voor patiënten. Bij patiënten is het gebrek aan kennis een belemmerende factor. Ze weten niet via welke weg ze mee kunnen doen aan een leefstijlprogramma en of het wordt vergoed.”

‘Wat kan ik zelf doen?’

Pot studeerde voedingswetenschappen in Wageningen. Ze was universitair docent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar gaf ook jaren les in Londen en Cambridge. “Academici staan ver af van de praktijk. We weten veel over wat gezond is, maar we doen daar niet veel mee. In Londen leerde ik een jong meisje kennen met kanker die zich afvroeg: wat kan ik nu eigenlijk zelf doen? Ik stelde haar tijdens colleges wel eens voor aan studenten; dat maakte veel indruk. Het thema krijgt daardoor meer betekenis.”

“Bij roken kan je zeggen: het is iets dat je kunt laten. Bij voeding moet je juist zelf iets doen.”

‘We moeten samen een vuist maken’

Pot was ook verantwoordelijk voor de Kennissynthese ‘Voeding als behandeling voor chronische ziekten’ die in juni 2017 gepubliceerd werd. Ook is ze betrokken bij onderzoek naar het Keer Diabetes2 Om programma. “Het is geweldig om te zien hoe je mensen met voeding en leefstijl de regie terug kunt geven over hun eigen leven. Dat drijft mij in mijn werk. Voedingswetenschappers zijn vaak geneigd om te blijven onderzoeken, terwijl ik denk: ‘Laten we nou eens toepassen wat we al weten’.”

Weerstand

Enthousiasme volop, bespeurt Pot. Op de bijeenkomst waren vertegenwoordigers van het ministerie van VWS, de vereniging Arts en Leefstijl, het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde (NILG), en het RIVM. “We moeten samen een vuist maken, zodat het niet van tafel wordt geveegd.” Politiek gezien zijn de eerste stappen gezet via de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLIs) voor mensen met obesitas. Toch staat niet iedereen in het veld te springen. Dat komt vooral doordat leefstijlgeneeskunde niet in een bestaand ‘hokje’ in het huidige zorgstelsel in te passen is.

De ‘expert meeting’ leidde tot een aantal thema’s die de komende maanden worden uitgewerkt tot stappenplannen. “Bij de uitwerking is het belangrijkst is dat de patiënt centraal gesteld wordt. Leefstijlgeneeskunde draait om de mensen; die moeten het zelf gaan doen”, aldus Pot.

Beeld: De Vries – Verstraete

6+
<< Terug