Meer kans op Alzheimer met veelgebruikte medicatie

Het gebruik van medicijnen uit de groep acetylcholinereceptor-antagonisten kan de kans op Alzheimer verviervoudigen. Dat toont langjarig onderzoek onder Amerikaanse senioren.

Sinds midden jaren ’60 van de vorige eeuw zijn er tientallen medicijnen uit deze groep op de markt gekomen. Voor de meest uiteenlopende aandoeningen: van urineverlies, tot hoge bloeddruk en van psychische klachten tot hoesten en allergieën. Sommige van de medicijnen zijn alleen op recept verkrijgbaar, veel andere gewoon bij de drogist. Een belangrijke toepassing is in medicijnen voor astma en COPD, bijvoorbeeld als de stof ipratropium in de bekende ‘puffers’.

Medicijnen uit deze groep remmen de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen door zich te binden aan de receptoren voor acetylcholine. Dat remt de opname van deze neurotransmitter. Het verdovende effect daarvan op de parasympatische zenuwstelsel maakt het zeer breed toepasbaar. Het parasympatische zenuwstelsel opereert apart van het autonome zenuwstelsel en regelt onder meer de spieren in hart en bloedvaten, het spijsverteringstelsel, longen ok speekselklieren en bronchiën.

Twijfels over lange-termijneffecten voor de hersenconditie bestaan al veel langer. Acetylcholine is namelijk essentieel voor de geheugenfunctie.

Alzheimer

Onderzoekers van de Universiteit van Californië, besloten de hele groep medicijnen op een hoop te gooien. Ze volgden 688 mannen en vrouwen van gemiddeld 73,5 jaar en analyseerden hun medicijngebruik. Een derde meldde het gebruik van een ‘anticholinergicum’, met een gemiddelde van 4,7 soorten per persoon. Alle deelnemers waren bij aanvang van de studie cognitief in goede conditie.

De deelnemers werden jaarlijks getest op hun geheugen-, executieve-, en spraakfuncties. Na tien jaar bleken de senioren die bij aanvang van de studie tenminste één ‘anticholinergicum’ gebruikten, 47 procent vaker te maken te hebben met ‘milde cognitieve beperking’. Een risico dat steil omhoog ging onder de deelnemers met een verhoogd risico op Alzheimer.

Deelnemers met genetische risicofactoren voor Alzheimer liepen tweeënhalf keer meer risico dan niet gebruikende deelnemers zonder deze genetische achtergrond. Deelnemers met ‘risicobiomarkers’ vertoonden ruim vier keer vaker cognitieve beperkingen. Als biomarker golden bepaalde eiwitten in het hersen/ruggenmergvocht die aan de kans op Alzheimer gelinkt zijn.

Dubbele klap

‘Wij geloven dat de interactie tussen de medicijnen en deze biomarkers uitwerkt als een dubbele klap’, zegt studieleider Alexandra Weigand op de website van de universiteit. De eerste klap wordt uitgedeeld door de eiwitten, die zich juist in het gebied ophopen waar de hersenen acetylcholine produceren. Dat ondergraaft de aanmaak van deze neurotransmitter. ‘In de tweede klap putten de medicijnen de beschikbare voorraad acetylcholine verder uit. Dat gecombineerde effect heeft de grootste impact op het geheugen en het denkvermogen van mensen.’

De auteurs merken op dat de doseringen over het algemeen hoger zijn dan de aanbevelingen van  ‘laagste effectieve dosering voor oudere volwassenen’. Bijna zestig procent nam twee keer zoveel in en bijna twintig procent zat op vier keer of meer van de aanbevolen dosering.

‘Ontmedicijnen’

De samenvatting van het in vakblad Neurology stelt dat de bevindingen het ongunstige effect van dit soort medicatie op de cognitie onderstreept. En het toont de noodzaak aan van onderzoek naar ‘ontmedicijnen’, speciaal onder mensen met een verhoogd risico op Alzheimer.

Op verschillende plaatsen zijn dit soort studies zijn momenteel aan gang. Ze moeten definitief antwoord geven op de vraag of het gevonden verband toevallig is, of een werkelijke oorzaak.

Beeld: “Asthma inhaler” by NIAID is licensed under CC BY 2.0

Beeld: “PET scan of an healthy brain compared to a brain at an early stage of Alzheimer’s disease.” by Institut Douglas is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

2+
<< Terug