RIVM: nitraat-inname ‘hoger dan gewenst’

‘Groente draagt het meeste bij aan de inname van nitraat en nitriet.’ In sommige regio’s zorgt het drinkwater ‘voor een grote bijdrage aan de totale inname’. Dat concludeert het RIVM op basis van een nieuwe berekeningswijze.

In de stofwisseling van planten zijn nitraten onmisbaar voor de productie van eiwitten. In mensen vormt deze stikstofverbinding echter een potentieel risico. Nitraat kan zich daar omzetten in nitriet en dat weer in kankerverwekkende nitrosaminen. Daarnaast kunnen nitrieten het zuurstofgehalte in het bloed verlagen door te reageren met hemoglobine.

Voldoende aanleiding dus om het risico van nitriet- en nitraat-inname goed in de gaten te houden.  Onderzoekers van het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) presenteren in vakblad Food Additives & Contaminants een nieuwe methode die gecombineerde inname uit voedsel en drinkwater op bevolkingsniveau berekent. Ze gingen ermee aan de slag en concluderen in het begeleidende nieuwsbericht:

‘Een voorlopige schatting wijst er op dat de gecombineerde inname van nitraat en nitriet voor een deel van de bevolking hoger is dan gewenst.’ De onderzoekers concluderen dat door gegevens uit de Voedselconsumptiepeiling te combineren met de waargenomen nitraatgehaltes in het drinkwater. Maar: ‘Er zijn echter niet genoeg gegevens beschikbaar om vast te kunnen stellen hoe hoog deze inname precies is.’

Momenteel is er nog niet voldoende bekend over de hoeveelheden nitraat en/of nitriet in groenten en fruit. In vlees zijn de toegevoegde hoeveelheden nitriet wettelijke beperkt tot 60 – 150 milligram per kilo. Hoeveel nitriet en nitraat van nature in vlees voorkomt is minder bekend. ‘Daarnaast is het belangrijk meer te weten over de mate waarin nitraat in het lichaam wordt omgezet naar nitriet.’

Rekening houdend met de onzekerheden in de omrekening komt het RIVM op een ‘gemiddelde’ nitriet blootstelling die volgens het onderzoekartikel ‘in alle scenario’s’ boven de acceptabele blootstelling van 95 – 114 microgram nitriet per kilo lichaamsgewicht uitkomt. Een blootstelling van 70 microgram is volgens de Europese autoriteit voor voedselveiligheid ESFA acceptabel.

Kinderen van één jaar kwamen met een blootstelling van 250 microgram per kilo lichaamsgewicht het slechtste uit de bus.

Drinkwater

Leidingwater is volgens het gebruikte rekenmodel verantwoordelijk voor drie tot negentien procent van de nitrietblootstelling. Gemiddeld over een jaar bevat het Nederlandse drinkwater per liter 4,7 milligram nitraat en 0,005 milligram nitriet. De regionale verschillen zijn echter groot: maximaal 35 milligram nitraat en 0,03 milligram nitriet per liter.

De drinkwaterdata (‘Dutch monitoring program Rewab years 2012-2017’) waarop de auteurs zich baseren is lastig te achterhalen. Uit deze publicatie – pagina 21 – van de Vereniging van Waterbedrijven wordt wel duidelijk waar de pijn zit: in de oostelijke hogere zandgronden, met name Brabant en Noord-Limburg. Oorzaak: mest die uitspoelt in het grondwater.

De waterleidingbedrijven berekenen dat met het huidige mestbeleid de, door Europa op 50 milligram gestelde, nitraatdrempel daar steeds vaker overschreden wordt. De regionale spreiding komt overeen met het beeld dat uit de nitraatkaart van Nederland naar voren komt.

Overigens maken drinkwaterbedrijven geen geheim van hun waterkwaliteit. Woont u bijvoorbeeld in het verzorgingsgebied van Vitens, leert u via een postcodecheck uit welke bron uw drinkwater komt. Na enige doorklikken verschijnen alle meetgegevens.

Groenten

Groenten en fruit leveren de grootste bijdrage aan de hoeveelheid nitraat die we binnen krijgen. Maar, stelt het RIVM in de publieksamenvatting, ‘Groente en fruit bevatten veel goede stoffen. Het effect van de goede stoffen op de gezondheid is groter dan de mogelijk slechte effecten van nitriet. Er is daarom geen reden om minder groente en fruit te eten.’

Als mogelijkheden om de inname te verlagen noemen de auteurs ‘het zo laag mogelijk houden van het nitraatgehalte in drinkwater en drinkwaterbronnen en het verlagen van de toegestane hoeveelheden als conserveermiddel’.

Biologisch

Wat ze onvermeld laten, zijn de kansen die de biologische landbouw biedt. Doordat biologische gewassen zonder kunstmest opgroeien, bevatten ze over het algemeen veel minder nitraat. Dit rapport van het WUR en het Louis Bolk Instituut haalt onderzoek uit 2008 aan, waar vijftien van de achttien paren, het biologisch gekweekte product minder nitraat bevatte.

In zes gevallen bevatte het gangbare product dertig tot vijftig procent meer nitraat, en in zes gevallen zelfs meer dan vijftig procent. In de biologische teelt is de kans op overbemesting kleiner. Bijkomend voordeel: als de landbouwgrond niet is overbemest, sijpelen de nitraten ook niet door in het drinkwater.

Bron: RIVM

Beeld: “National Water and Sanitation Program brings better water and sanitation services to rural parts of Azerbaijan” by World Bank Photo Collection is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

0
<< Terug