Longkanker

Kies een vorm:

Longkanker is in de westerse wereld de meest voorkomende vorm van kanker. In 2011 werd het in Nederland 7100 keer vastgesteld bij mannen en 4569 keer bij vrouwen. Het aantal vrouwelijke longkankerpatiënten nam
van 2001 tot 2011 met 75 procent toe. Het aantal mannelijke patiënten nam in diezelfde periode met tien procent toe, en daarna iets af. 

Onze longen zorgen ervoor dat we kunnen ademhalen: zuurstof uit de omgeving ademen we in, koolstofdioxide ademen we uit. De zuurstofrijke lucht die wij inademen komt via de keelholte in de luchtpijp die zich splitst in twee grote vertakkingen: de bronchi.

De linker- en rechter bronchus splitsen zich in steeds kleinere luchtkanalen: de bronchioli. Deze monden uit in zo’n 500 miljoen longblaasjes die via het bloed zorgen voor de optimale wisseling van gassen: zuurstof erin, koolstofdioxide eruit.
Reinigen
De longen reinigen zichzelf. De binnenzijden van de luchtkanalen  zijn bekleed met trilhaartjes en dekcellen die slijm produceren.  Ingeademd stof en vuil worden met het slijm via de trilhaartjes richting de uitgang - de keelholte - getransporteerd. Door een microscoop gezien lijken de longblaasjes op een druiventros. Het totale oppervlak van de dunne wanden van al deze longblaasjes en bloedvaten in de longen is zo’n honderd vierkante meter en die zorgen ervoor dat de gasuitwisseling plaatsvindt.
Gehinderd
Bij longkanker wordt het longweefsel gehinderd in haar functioneren. De aanwezigheid van een gezwel kan ervoor zorgen dat er steeds minder uitwisseling van zuurstof en koolzuurgas plaats  vindt. Ook kunnen kankercellen zich via de lymfeklieren en de bloedbaan ‘uitzaaien’ naar andere delen van het lichaam.
Roken
Het Internationaal Centrum voor Kankeronderzoek, een gespecialiseerd agentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO, classificeerde het inademen van ‘vuile lucht’ officieel als veroorzaker van longkanker. Luchtverontreiniging wordt zelfs gezien als een van de belangrijkste oorzaken van kankersterfte. Roken (en/of meeroken) is de bekendste risicofactor. De American Cancer Society beweert op haar website dat ‘meer dan 87 procent van de gevallen van longkanker direct wordt veroorzaakt door  roken.”
Het Department of health & human services, centers for disease control and prevention schrijft dat ‘meer dan tachtig procent van de gevallen van longkanker aan tabak zijn toe te schrijven, maar dat uiteindelijk maar vijftien procent van de rokers longkanker krijgt’.
Roken verhoogt ook het risico van kanker in het algemeen, doordat het een negatieve invloed heeft op het transport van zuurstof. De koolmonoxide in de geïnhaleerde tabaksrook wordt beter en sneller aan onze rode bloedcellen gebonden dan zuurstof. Daarbij bevat sigarettenrook radioactieve alfastraling.
Schadelijke stoffen
Ook een langdurige blootstelling aan schadelijke stoffen kan leiden tot chronische irritaties (ontstekingsreacties) in de luchtwegen. Bekend zijn stoffen als koolteer of arseen. Ook steroïden, zoals cortisol, kunnen het immuunsysteem bij langdurig gebruik ondermijnen. Normaal gesproken ruimt het immuunsysteem niet goed functionerende cellen op. Als dit onvoldoende gebeurt, kan kanker ontstaan.
Meestal kwaadaardig
In de longen kunnen zich goedaardige en kwaadaardige tumoren vormen. Goedaardige tumoren verspreiden zich niet naar andere organen en kunnen operatief verwijderd worden. Deze komen zelden voor.
Longkanker is een kwaadaardige (maligne) tumor die groeit vanuit het longweefsel. Het overgrote deel gaat uit van het oppervlakte epitheel van de luchtpijpvertakking (de bronchus). Er zijn grofweg twee groepen van longkanker: de kleincellige en de niet-kleincellige longkanker (85 procent van de longkankers ).
Deze twee kankersoorten ontwikkelen zich verschillend en worden binnen de reguliere geneeskunde ook verschillend behandeld. Het kleincellig longcarcinoom kenmerkt zich door kleine cellen die zich bijzonder snel delen en zich even snel door het lichaam kunnen verspreiden via de lymfeklieren en/of het bloed. Vaak is een kleincellige longkanker al uitgezaaid op het moment dat er klachten ontstaan. In de meeste gevallen bestaat de behandeling uit chemo- en radiotherapie (bestraling).
Bij de niet-kleincellige vorm kan er sprake zijn van een kleine tumor die nog niet is doorgegroeid in het omliggende weefsel en ook nog niet is uitgezaaid. Hier kan een operatie genezing bieden.
Een derde kankervorm wordt veroorzaakt door de inademing van asbest. Dit mesothelioom ontstaat vanuit het (borst)vlies dat de longen omhult, en wordt ook wel longvlies- of borstvlieskanker genoemd.

Complementaire behandeling

De natuurlijke behandeling van longkanker richt zich op een algehele verbetering van de conditie. De zogenaamde nutritionele therapie - met een volwaardig dieet en aanvullende vitaminen en  mineralen (zoals Moerman, Gerson en Gonzalez uitdroegen)- heeft een duidelijke meerwaarde.

Cornelis Moerman ziet de risicofactoren niet als oorzaak van de kanker, maar als aanleiding. Een optimaal gevoed lichaam is in zijn ogen de beste kankerbestrijding.
Essentiële voedingsstoffen helpen tegen de ‘kleine klinische symptomen’. Werkt het niet genezend, dan zal het op z’n minst de levenskwaliteit doen toenemen.

Preventief

Preventief geldt: eet een volwaardig dieet met essentiële voedingsstoffen en adem zoveel mogelijk schone lucht om de kans op longkanker zo klein mogelijk te houden. 

Aan te raden: 
• Donkergroene groentes
• Kelp
• Gember
• Kurkuma
• Olijfolie
•  Omega-3 vetzuren (wilde zalm, makreel, haring,
biologische eieren, zaden en pitten, walnoten en
walnootolie)
• Avocado
• Groene thee
• Beweging. Bij voorkeur in de buitenlucht om het zuurstofrijke
bloed goed te laten stromen door alle bloedvaten
van het lichaam, van de hersenen tot uw kleine teen.
Zo voorziet u alle cellen van voldoende zuurstof. 
Langdurig onvoldoende zuurstof leidt tot ongunstige
veranderingen van de cellen. 

Te vermijden:
•  Voedingsmiddelen die een hoge dosis omega 6 vetzuren
(linolzuur) bevatten, zoals: plantenmargarine, zonnebloemolie,
maïs(kiem)olie, tarwekiemolie, sojaolie (slaolie)
• Rood vlees (vooral varkensvlees)
• Dierlijke eiwitten
• Geharde vetten (transvetzuren). Hoge gehaltes transvet komen vooral voor in fastfood (frituurvet voor de horeca) en in bakkerijvetten (koekjes en gebak uit de fabriek).

• Stress

Het volledige artikel kunt u hier lezen.

Hier de zoekresultaten op MMV.nl

Nog meer informatie is te vinden op Kanker-actueel.

Als u een complementaire behandeling overweegt, raden wij u aan een arts voor niet-toxische tumortherapie te consulteren. De lijst met namen, adressen en telefoonnummers vindt u via deze pagina.  

Literatuur:

Kanker.nl

Leenhout HP et al. NVS nieuws 2001. Berekening van de longkankerincidentie in Nederland door roken en blootstelling aan radon: Implicaties voor het effect van radon

Ministerie VWS VROM. Toetsing rapport ‘BEIR VI’ 2000

Van der Meij BS et al. European Journal of Clinical Nutrition (2012) 66, 399 – 404

Van den Berg JW et al. Chemo wordt te lang doorgezet. Medisch Contact 2013, 26 september; 1974

Barnes PJ 2008 A J of Resp. and Critical Care Medicine vol 178 552. Defective Antioxidant Gene Regulation in COPD: A Case

for Broccoli

Furusawa, E. et al. 1985. Anticancer activity of a natural product, viva-natural, extracted from Undaria pinnantifida on intraperitoneally implanted Lewis lung carcinoma. Oncology 42:364-369.

S. Bader et al. (2010). Stralingsbelasting in Nederlandse nieuwbouwwoningen: Eindrapport ventilatie- en radononderzoek. RIVM rapport 610790009, RIVM, Bilthoven

R.O. Blaauboer (2010). Meting van 220Rn en consequenties voor eerdere 222Rn surveys, RIVM rapport 610790011. RIVM, Bilthoven

Gezondheidsraad (2000). Radon: toetsing rapport 'BEIR VI'. publicatie nr 2000/05, Gezondheidsraad, Den Haag.

P. Stoop et al. (1998). Results of the second Dutch national survey on radon in dwellings, RIVM report 610058006. RIVM, Bilthoven.

E.R. Van der Graaf et al. (2001). Radiation performance index for Dutch dwellings: consequences for some typical situations, The Science of The Total Environment 272(1-3): 151-158

Southern medical journal. Febr. 1986;79(2): 145-149‘ lung cancer: is the increasing incidence due to radioactive poloniu